27° Zondag door het jaar. C.    

Habakuk 1, 2 - 3; 2, 4

Lc. 17, 5 - 10.

“God, hoe kunt U dit alles aanzien alsof U een onpartijdig toeschouwer bent.”

Deze klacht noteerde een anonieme joodse tiener in 1944 in zijn dagboek.

In de chaotische, levensbedreigende omstandigheden in het Poolse getto van Litzmannstadt (Lódz) drukte hij scherp en indringend uit wat eeuwen voor hem de minder bekende profeet Habakuk al had gedaan toen die zich met zijn vragen en twijfels tot God richtte.  

Wat Habakuk deed in de zesde eeuw voor Christus herhaalt zich keer op keer,  de geschiedenis door, telkens als mensen in hun ontreddering en wanhoop de duisternis van onzekerheid  voor God uitschreeuwen. Want altijd weer roepen mensen in tijden van lijden, onderdrukking, oorlog en ellende “waarom” “ en “hoelang nog”. 

Dat deed Habakuk door aan de  vragen en de twijfels van zijn volk stem te geven. Een stem zoals ze ook herkenbaar is in een notitie van de anonieme getto-dagboekschrijver : “God lijkt ons volkomen in de steek gelaten en overgeleverd te hebben aan onze harteloze vijanden. God, hoe kunt U dit doen? Hoe kunt U geconfronteerd met zulke ongehoorde verschrikkingen ( …) zo’n onwankelbare neutraliteit handhaven?”

Op de klacht die Habakuk uitte volgde het woord van de Heer : “Geef het wachten niet op. Bezwijken zal hij die in zijn hart niet deugt, de rechtvaardige echter blijft leven door zijn trouw.”

Heb geduld, zegt de Heer tot Habakuk, blijf op Mij vertrouwen, ook al staal het water je aan de lippen, al zie je geen toekomst en al denk je dat alles definitief verloren is.

Het lijken woorden die niet veel verder helpen want ze leggen niets uit of verklaren niets. En dan dreigt zich van mensen in extreme levensbedreigende situaties een fatalistische levensfilosofie meester te maken. In dit verband noteerde de anonieme joodse adolescent in zijn dagboek : “ Zelfs mijn twaalf jaar oude zusje moet zich behelpen met de fatalistische filosofie dat “het leven niet waard is te leven, “dat je sowieso dood moet gaan” en dat de dood “onze

bevrijding zal betekenen”.

Heel anders klinkt het klagen van de profeet Habakuk. Het brengt hem niet in de spiraal van negativisme, fatalisme of verbittering. Zijn klachten brengen hem terug naar de oorspronkelijke verbondenheid van God met zijn volk en houden de herinnering aan Gods bevrijdende aanwezigheid levend. Voor Habakuk is God  geenszins een onpartijdige of neutrale  toeschouwer. Het geloof van Habakuk heeft de kleur van vertrouwen. Niet om het lijden en het onrecht met de mantel der liefde te bedekken maar om het visioen van Gods gerechtigheid open te houden.

Zo had zelfs de anonieme getto-dagboekschrijver het keer op keer over zijn droom - zeg maar visioen - een veilige haven te vinden in Palestina, waar hij zich voorstelt dat een handvol (Shoah)overlevenden elkaar troost zal bieden.

Een geloof dat gekleurd wordt door de hoop zwakt de klacht niet af, neemt haar niet weg maar schenkt kracht om standvastig te blijven en vol te houden. 

De enige manier om recht en gerechtigheid een kans te geven is niet passief wachten maar actief vasthouden aan het visioen dat de rechtvaardige stand houdt door zijn trouw.

Een geloof met de kleur van kwetsbaar vertrouwen kan bij lijden en onrecht een kracht zijn om het vol te houden. Volhardend vertrouwen wordt een positieve kracht die het besef doet groeien dat Gods barmhartigheid groter is dan de menselijke onmacht.

Ook onze tijd heeft mensen nodig die -in weerwil van conflicten en strijd- het visioen van gerechtigheid open en levend houden .

Mochten wij zelf zulke volhouders zijn  en blijven getuigen van gelovige hoop en hoopvol geloof.

 

Anonieme jongen. Het getto van Lódz. In  Alexandra Zapruder, Geborgen bladzijden.

   Oorlogsdagboeken van jonde schrijvers.

   Querido, Amsterdam, 2016, blz. 447 - 488.