Maria, een voorbeeld van diep geloof en mededogen.

Onlangs gingen in de Dominicaanse gemeenschap van Filosofenfontein,waar ik ook toe behoor, vier vrouwen voor in de zondagsviering. Het thema van de viering was: De kracht ons gegeven. Alle vier getuigden ze hoe ze doorheen beproevingen en mislukkingen in hun leven, met vallen en opstaan  toch kracht konden putten uit hun geloof en zich door God gedragen wisten. Die verbondenheid met God inspireert hen om zich ook met anderen verbonden te voelen en met wat er om hen heen gebeurt.  Ze getuigden hoe ze, elk op hun manier, in hun leven proberen een brug te zijn tussen hemel en aarde.

In het evangelie van vandaag vinden we dezelfde ingesteldheid bij Maria. Ze getuigt er van een diep geloof: vol vreugde looft ze God in het Magnificat en prijst ze zijn barmhartigheid en zijn daden. Haar hymne  is de uiting van een diep vertrouwen dat alles uiteindelijk terecht komt, hoe onbegrijpelijk het leven soms ook is. En dat was het zeker ook voor haar. Uit het weinige dat we in het Nieuwe Testament over haar vinden leren we haar kennen als een wijze, diepgelovige vrouw die in haar leven ernstig op de proef werd gesteld. De woorden en daden van haar toch wel heel speciale zoon zal ze zeker niet altijd hebben kunnen begrijpen. Toch bleef ze met al haar zorgen en vragen naar God gekeerd. In het Magnificat leert Maria ons met andere ogen naar de wereld kijken. Zo kijkt ze dwars doorheen de gevestigde orde. Zij looft de werkzaamheid van God en zijn barmhartigheid, niet voor wie sterk en machtig zijn,  maar voor wie kwetsbaar zijn en zich in al hun kwetsbaarheid tot God richten. Vanuit haar geloof put ze de kracht en spiegelt ze zich aan Gods barmhartigheid om op haar beurt anderen te helpen waar nodig.

Maria is een heel menselijke vrouw. Haar bestaan staat heel dicht bij het onze. Niet te verwonderen dat zij doorheen de geschiedenis, voor ontelbare mensen de grote vertrouwelinge en belangrijke toevlucht is geworden.

In juni verbleef ik een tijdje in de Sint Sixtus abdij in West-Vleteren.  Tijdens de completen, het laatste getijdengebed voor de monniken de nacht ingaan, zongen zij het Salve Regina. De verzen die mij het meest troffen lees ik even voor:

Bij u vinden wij het leven, de vreugde en de hoop.

Wij roepen u aan op onze pelgrimstocht.

Wees de lijdende mensheid nabij.

Gedenk ons, zie barmhartig op ons neer

en leid ons door het leven naar Jezus, uw Zoon.

In de schemering en de intimiteit van de vallende avond,  staan de monniken in al hun kwetsbaarheid als broers, zonen van éénzelfde moeder, samen bij het Mariabeeld.  Het is een afscheid van de dag en een bede om bescherming tijdens de nacht. Een verbindend  en ontroerend moment. Maria wordt aanroepen als moeder en  bron van leven en als degene die mensen in nood naar God leidt.

Wellicht daarom staan altijd in gelijk welke kerk de meeste kaarsen bij het Mariabeeld. En stromen bepaalde bedevaartoorden nog altijd vol ook in onze tijd waar de kerken leeglopen. In situaties van machteloosheid gaan mensen op pelgrimstocht, op zoek naar steun bij iemand met wie ze zich voldoende kunnen identificeren, naar een bron van troost en een redster in de nood.

In de Russisch-orthodoxe traditie heeft men het vaak over Maria als “zij die luistert naar de noodkreten en borg staat voor onvoorwaardelijk mededogen. “ Ongetwijfeld komt die rol haar nog het meeste toe, omdat zij het leven niet slechts in zijn schoonheid kende, maar juist ook in zijn diepste rauwheid. Ook in andere spirituele tradities zijn er figuren die zoals Maria symbolen zijn van vrouwelijk mededogen. Er is het populaire Russische verhaal over de Moeder Gods die in gezelschap van de aartsengel Michaël afdaalt naar de hel. Ze ziet hoe de zondaars er gepijnigd worden en hoe de ergste zelfs totaal door God vergeten zijn. Wenend en geschokt smeekt  Maria om Gods barmhartigheid voor alle zondaars zonder uitzondering. Ook voor degenen die haar zoon gepijnigd en gekweld hebben. Ze weigert te aanvaarden dat er ook maar iemand uitgesloten blijft van de verlossing, en door die daad van totale solidariteit  zorgt ze voor verlichting van het lijden van zelfs de meest verlorenen. Zo weet ze uiteindelijk God ertoe te bewegen om ieder jaar van Goede Vrijdag tot Pinksteren de martelingen in de hel te laten ophouden.  Dit verhaal dat ook vermeld wordt  in Dostojevski’s roman De gebroeders Karamozov, is oorspronkelijk ontleend aan de bekendste mythe uit het Mahayana boeddhisme. In dit verhaal daalt Kuan Yin, “Zij die luistert naar de noodkreten” precies zo af tot in het diepste donker om iedereen te redden. Kuan Yin gaat over de compassie, het mededogen van de ander die ons volkomen gratuit, als louter ‘genade’ wordt geschonken, maar evenzeer over de compassie diep in onszelf en de kracht om van daaruit te handelen.

In een maatschappij als de onze is er meer dan ooit behoefte aan de spiritualiteit en de benadering van het leven en de mensen zoals we ze bij Maria vinden. Aan mensen die hun kracht putten uit hun geloof. Aan mensen die aandacht hebben voor de grote noden van deze tijd. Aan mensen die niet voortdurend met zichzelf bezig zijn maar die zich kunnen inleven in het leed van anderen en hun bijdrage leveren om die te lenigen. Maria kan voor ons een belangrijke inspiratiebron zijn in onze bijdrage tot een warmere maatschappij. Een bron ook van troost als we het zelf moeilijk hebben. Een brug tussen hemel en aarde. Amen.

Lut Saelens 15 augustus 2016