Feest van de heilige Dominicus (2016)

Lezing uit het evangelie Lc. 10, 1 - 9

Wellicht kent u allen de afbeelding van Dominicus door Henri Matisse gemaakt voor de kapel van OLV van de Rozenkrans in Vence. Het is een figuur in een mantel met mooie, elegante plooien zoals een romaans beeld, met enkel de Bijbel op zijn borst. Zonder gezicht, want, zo dacht Matisse, dat gezicht moet elk van ons zelf invullen.

Matisse gaf aan de toeschouwer de vrijheid zijn eigen beeld van Dominicus te projecteren, maar tegelijk wordt die projectie beperkt door de tekening zelf, die een kader biedt. Zo wilde Matisse het en zo zou ook Dominicus het hebben gewild. Hij schetste een kader en gaf zijn broeders de opdracht om binnen dat kader in grote vrijheid die opdracht in te vullen, aangepast aan de plaats en de tijd waarin men leefde.

Dat is geen eenvoudige opdracht. De Franse dichter René Char schreef ooit: ‘Nous avons reçu un héritage, mais il n’y a pas un testament’. We kregen wel de tekening, het kader met daarbij een erfenis van een geschiedenis van 800 jaar, maar er is geen testament dat duidelijk omschrijft wat we met die erfenis moeten aanvangen. Wat staat ons vandaag hier en nu te doen?

Ik heb zoekend naar een antwoord mij laten inspireren door het evangelie waarin 72 leerlingen worden gezonden.

Allereerst valt mij daarin op dat Jezus de leerlingen stuurt naar de plaatsen waar Hij zelf niet meer kan komen. Zijzelf staan niet op de voorgrond, maar hun zending. Ze worden gestuurd. De leerlingen moesten daarom eerst een transformatie doormaken waarbij ze afstand deden van hun eigenbelang en doordrongen raakten van Gods Woord. Ze moesten eerst dat Woord in zijn oorspronkelijke kracht in zich laten geboren worden vooraleer ze op weg konden gaan. Ook voor ons is dit belangrijk. Onze zending begint bij dat innerlijke proces van verandering.

Daarbij stuurde Jezus hen naar de plaatsen waar Hij niet (meer) kon komen. Welke plaatsen zijn dat vandaag? We leven in een land dat niet alleen sterk geseculariseerd is, maar waar op vandaag vooral een houding van grote onverschilligheid heerst. De meest verschrikkelijke houding, die erger is dan een anti-houding. ‘Waart ge maar warm of koud, zei Jezus, maar omdat ge lauw zijt heb ik u uitgespuwd’.

We leven in een land met een hoge levensstandaard maar ook met het hoogste cijfer van zelfmoord bij jongeren. De meeste mensen brengen religie alleen nog in verband met geweld en misbruik. Maar tegelijk zie je mensen overal krampachtig zoeken naar zin. Niet kerkelijk, niet verbonden met een groep, maar afgesloten als monaden die hun eigen pakket van zin proberen samen te stellen. Naar die plaatsen worden wij gestuurd om het Woord dat we meenden te horen tot leven te laten komen. Geen eenvoudige opdracht.

Toen de leerlingen terugkeerden, zo staat in het evangelie, vertelden ze wat ze hadden gedaan. Ze hadden vooral twee dingen gedaan: het Goede Nieuws gebracht en mensen genezen. De boodschap die zijn brachten en die ook wij moeten brengen moet iets therapeutisch hebben. We moeten zodanig spreken dat mensen voelen dat we hun leven delen, dat hun vragen ook onze vragen zijn en die in ons een gistingsproces kunnen doormaken. Slechts daarna kunnen we doorgeven wat voor ons ‘volheid van leven’ betekent. Dus in een sfeer van onverschilligheid moeten we aan zoekenden iets laten voelen wat die onvoorwaardelijke liefde van God inhoudt. We zullen dat moeten doen in een geseculariseerde taal, in een nieuwe symboliek die het oude tot leven brengt en die aangepast is aan deze tijd, maar die tegelijk bezielt en kracht geeft. Dat is maar mogelijk als we helemaal instrument willen worden waarin Gods Woord van genezing en liefde kan oplichten.

Zo is onze orde 800 jaar geleden begonnen. Dominicus en die eerste broeders zochten met ongeziene durf en vertrouwen naar een antwoord op een geschokte en geschonden wereld. Intuïtief en creatief gingen ze een heel andere weg dan tot dan was gegaan. Telkens ik iets lees over die begintijd valt mij de durf en het vertrouwen van deze pioniers op. Diezelfde durf moet ook ons typeren. Opnieuw bedelmonnik worden, zonder geldbuidel, reistas of schoenen: het is een symbolische taal die wijst op een houding van kwetsbaarheid en grote  bescheidenheid om de boodschap van liefde en vreugde door te kunnen geven.

Marcel Braekers o.p.

 

 

 

 

 Beluister de

 jubileumhymne

 

 

 

 

 

Jean Mossoux 

 

 

 

 

De Dominicaanse gemeenschap in Knokke

Sint-Dominicushuis | Sparrendreef 91 | 8300 Knokke-Heist

T 050 60 24 55 | E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.IBAN BE36 7380 1199 5181 | BIC KREDBEBB