Achttiende zondag door het jaar

Prediker 1.2;2,21-23 - Lucas 12,13-21

Waarom moet nu iemand die verstandig te werk gaat, die vooruitziend is, denkt aan de dag van morgen zo radicaal worden afgekeurd en uitgescholden als dwaas. Waarom moet dat ? Toch niet omdat hij aan de toekomst denkt en zijn voorzorgen neemt. Iedereen doet dat, en je kan ook niet anders. Dat is maar al te duidelijk.

Maar daar gaat het eigenlijk ook niet over in het verhaal. Het gaat over  de vraag: hoe ga je daar mee om, met al die voorzieningen. wat doe je daarmee? En bedenk  maar eens dat spijts alle voorzorgen en inspanningen je toch geen zekerheid bekomt over wat  je in je leven kan overkomen. Ongewild en onverwacht kan er iets gebeuren dat je leven ondersteboven keert. Wij zien het alle dagen rondom ons gebeuren: vandaag succes, morgen vergeten. Jarenlang gewaardeerd en geprezen en morgen voor de rechter gedaagd.

Het is dat onbestendige gevoelen tegenover ons levenslot dat ons allen in de greep houdt. Er bestaan  geen vaste voorschriften hoe jij je moet gedragen om je lot in één of andere richting te sturen. Toevallig was je daar, en precies op dat uur en die plek gebeurt er een aanslag, een overval, of breekt er een brand uit.  

Het klinkt cynisch en pessimistisch  wat ‘prediker’ zegt. Als je de balans opmaakt van de gang van zaken is de wereld is het dikwijls een zinloos gedoe. Wij hebben ons  eigen levenslot niet in handen. Alles is ijdelheid. Maar naar het einde van zijn boek, als zijn pessimistische bui voorbij is, schrijft hij: Geniet van het leven! Er is niets beters op de wereld dan eten en drinken en vrolijk zijn. Een mens moet hard werken tijdens het leven dat God hem op aarde geeft. Maar als je geniet, dan kun je het leven aan.(Prediker 8,15)

En in het evangelie is het Jezus die naar aanleiding van een gewoon geval van ruzie over een erfenis laat  verstaan dat geen enkel bezit-al is het nog zo overvloedig- je leven kan veilig stellen.

De reden van het relativeren van rijkdom en bezit is voor jezus niet dat het toch maar wind is en geen belang heeft, maar dat er iets beters is.

Niet wat wij hebben in onze schuren maakt de rijkdom uit, maar wat we zijn in ons hart. Het zijn is meer dan het hebben en bezitten. Wie schatten vergaart voor zichzelf is niet rijk bij God, zegt Jezus. Rijk zijn bij God’ Wat is dat dan?  Het is een geheel van innerlijke rijkdommen aan liefde, blijdschap, vrede  ,geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en ingekeerdheid. Kortom de vruchten van de Geest die Paulus opsomt in zijn Gelatenbrief.

‘Rijk zijn  bij God’ is leven in een vertrouwen van Gods zorgende en alomvattende aanwezigheid. Mooi verwoord in volgend getuigenis:

“Het kan lang duren,

soms een mensenleven lang, voordat je de stille moed

en de eenvoud op kunt brengen

om in jezelf te zeggen: het is goed.

Ik verzoen mij met alles wat bekeurt.

Ik leg er mij niet bij neer,

maar ik aanvaard mijn leven,

zoals het is.

Doorheen dromen, verwachtingen

en teleurstellingen ben ik gelouterd

tot niets dan vreugde en dankbaarheid.

Elke morgen zeg ik dank voor het licht van de dag”.

Wie dat kan beleven en uitspreken is ‘rijk bij God”.

 

Gerard Braet O.P.