Vijftiende zondag door het jaar

 

Iemand komt bij Jezus en stelt Hem enkele klassieke vragen zoals: 'Wat moet ik doen ?' en ' Wie is mijn naaste ?' Eigenlijk domme vragen die bewijzen dat de vraagsteller er nog niets van begrepen heeft. Hij heeft de smaak van Jezus'woorden nog niet te pakken. En nochtans is het duidelijk dat de bijbel het niet moet hebben van een dorre en vreugdeloze kijk op onze christelijke roeping, alsof  het enkel gaat om een bundeltje wetten en  voorschriften. De bijbel laat 'n heel ander geluid horen. Daar staat bij voorbeeld: 'Gods woord is welsmakend als honing in je mond' of elders in een van de psalmen: 'Uw woord is een lamp voor mijn voeten, het is een licht op mijn pad'  en ook:'Mijn vreugde vind ik in wat Gij verordent, dat is mijn rijkste bezit'. De relatie met God beknot onze vrijheid niet, mag ons niet vleugellam maken. Als je vriendschap sluit, als je iemand bemint, verliest je niet de helft van je hart. Het geeft je integendeel het gevoel dat je leven hierdoor zoveel rijker is geworden. Gods woord verengt je leven niet maar verruimt het. De Schrift drukt het zo uit: 'Zijn woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart' (Deut.30,14).

Op de vragen 'Wie' en  'Wat' komt er geen direct antwoord. Of anders gezegd: het antwoord overstijgt dergelijke vragen en verwijst naar onze concrete leefwijze. We kennen allemaal het gezegde: Zeg me wat je doet, en ik zal je zeggen wie je bent. Ja, hoe leven we in het gezin, op onze arbeidsplaats, in onze buurt, parochie of klooster ? Hoe leven we in die grote wereld van vandaag met zoveel volksverhuizingen, zoveel vluchtelingen en wanhopigen ? Noemen we hen gewoon 'vreemdelingen' en gaan we nonchalant aan hen voorbij ? Hebben we geen aandacht voor hun verdrietig gelaat en hun uitgestoken hand ? Zelfs de priester en de leviet gingen in een  boog om hem heen, aldus het verhaal. En inderdaad, wij nemen Gods woorden soms te makkelijk in de mond en hanteren de sacrale riten te vanzelfsprekend, terwijl we voorbij leven aan waar het eigenlijk om gaat. Wij spreken van 'praktiserende' christenen en bedoelen mensen die nog deelnemen aan de kerkelijke eredienst, maar vergeten dat dit alles ook veronderstelt dat we het evangelie in praktijk brengen.

Wie is mijn naaste ? Natuurlijk niemand. We kenden niemand toen we op de wereld kwamen. Maar gaandeweg kan iedereen mijn naaste worden.  Als christen kan je van geen mens ter wereld zeggen dat het lot, de armoede en het lijden van hem of haar je niet aangaan. Je leeft maar als je je leven deelt, je bent maar gelukkig als je 'n ander gelukkig kunt maken.

Tenslotte: we moesten het zelf eens zijn die daar langs de weg liggen, uitgeschud, beroofd, gekwetst. En het moest Jezus eens zijn die daar llangs komt, ons aankijkt en lief krijgt, die afstapt van zijn rijdier, onze wonden verzorgt, er olie op giet en ons uit zijn beker te drinken geeft..... het is de olie waarmee de Kerk al eeuwen naar de zware zieken gaat om hun lijden te consacreren met deelname aan Christus'lijden. Het is de wijn van de eucharistie waarmee de Kerk de stervende wil sterken voor de grote overtocht. Het moest Christus eens zijn die ons op zijn lastdier tilt en ons naar de herberg - zijn Kerk - brengt en er ons de eucharistie serveert !

Ga dan en doe jij evenzo.  Doe dat en je zult leven !

Peter D'Haese O.P.

 

 

 

 

 

 Beluister de

 jubileumhymne

 

 

 

 

 

Jean Mossoux 

 

 

 

 

De Dominicaanse gemeenschap in Knokke

Sint-Dominicushuis | Sparrendreef 91 | 8300 Knokke-Heist

T 050 60 24 55 | E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.IBAN BE36 7380 1199 5181 | BIC KREDBEBB