12de  zondag door het jaar C. 

Gal. 3, 26 - 29.    Lc. 9, 18 – 24.

Jezus’ specifieke vraag aan Petrus  “Wie zegt gij dat Ik ben?” lijkt mij dé vraag  die al gedurende twintig eeuwen aan de kerk wordt gesteld. Een kerk die  zichzelf dienaangaande kritisch durft te bevragen en met die zelfkritiek open en eerlijk omgaat zou de wereld zich wel eens  kunnen aanspreken. Ook al weten we dat terechte en onterechte kritiek op de kerk als instituut, op wie haar leiden en op degenen die zich tot haar bekennen van alle tijden is.

Toen in de zeventigerjaren seculiere, emancipatorische waarden zoals o.m.  autonomie, zelfbeschikking, vrijheid zich sterker gingen doorzetten schreef de Franse dominicaan, Jacques Pohier, in zijn boek “Quand je dis Dieu” : “Als de wereld al vragen zou stellen aan de kerk, dan is dat niet omdat ze zou menen dat de kerk de antwoorden heeft. Maar dan zijn het vragen als … “ Wat heb je met de mens gedaan? Wat heb je met de vrijheid, met de seksualiteit gedaan? Wat heb je gedaan met wat je de wereld noemt?” Bij al deze vragen blijft evenwel voor de kerk zelf de meest indringende die van Jezus  “Wie zegt gij dat Ik ben?” In haar radicaliteit is deze vraag gericht aan allen die zich tot Hem bekennen.

Oprecht en authentiek in Jezus’ spoor treden betekent niet de wereld op zijn nummer  zetten, provoceren of eigen religieus gelijk binnenhalen. Zo zou het wel eens kunnen dat onze hedendaagse wereld zich door kerkmensen aangesproken weet die in hun leven iets van Jezus’ charismatisch spreken en handelen laten oplichten. De volheid en de rijkdom van Jezus, de Gezalfde van God, kan aan het licht treden waar mensen zich deemoedig en ontvankelijk onder de kritiek stellen van Hem die de woordvoerder is namens God.

Deze getuige heeft, gezalfd met de Geest, resoluut en consequent een na te volgen spoor getrokken. Dat is het hart, de kern van het eigen, onherleidbaar en buitengewoon zinvol verhaal dat de kerk aan de wereld te brengen hebben. Voor wie van de kerk houdt is Jezus navolgen niets anders dan zich met Hem “bekleden” zoals Paulus het in de brief aan de Galaten uitdrukt : “ De doop heeft u allen met Christus verenigd, gij hebt Hem aangetrokken als een kleed.”

Wij weten allen dat bepaalde geesteshoudingen, attitudes, ons gedrag, ons doen en laten bepalen. Ook bij de navolging van Jezus spelen dergelijke houdingen een niet onbelangrijke rol. De christelijke traditie heeft ze samengebracht onder een drievoudige noemer : armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid. Klassiek worden zij de evangelische raden genoemd. Met zulke attitudes kunnen kerkmensen hun aandacht gericht houden op Jezus die de hoeksteen is en de inspiratiebron van de kerk. In Hem licht voor haar haar bestaansreden en haar roeping op. Wie zich de evangelische geesteshoudingen eigen maakt is op de goede weg om Jezus te erkennen op de plaats die Hem toekomt : het hoofd van het lichaam dat de kerk is.

Wie leeft vanuit zulke arme, zuivere en gehoorzame geesteshouding erkent in Jezus de diepste grond van de relatie met God, van de inzet voor de naaste en de ultieme zin van het zich bekennen tot de kerk. Al twintig eeuwen klinkt voor de kerk en allen die haar toegedaan zijn Jezus’ uitnodiging : “ Wie achter Mij aan wil gaan, moet het aandurven met zichzelf te breken, zijn kruis op te nemen en Mij te volgen.”

Door daarvoor te kiezen en die weg te gaan kunnen  wij, kerkmensen, elke onterechte wereldse kritiek ontkrachten. Zo kan ons geloof in de God van het verbond en in Jezus zijn Gezalfde een lichtend, onloochenbaar teken van heil zijn voor onze wereld.

 

 

 

 

 Beluister de

 jubileumhymne

 

 

 

 

 

Jean Mossoux 

 

 

 

 

De Dominicaanse gemeenschap in Knokke

Sint-Dominicushuis | Sparrendreef 91 | 8300 Knokke-Heist

T 050 60 24 55 | E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.IBAN BE36 7380 1199 5181 | BIC KREDBEBB