Pinksteren

Hand. 2, 1 – 11.  

Joh. 14, 15 – 16. 23 – 26.

“ Wat zijn de goede vruchten, die groeien aan de Geest?

de liefde en de vreugde, de vrede allermeest,

geduld om te verdragen en goedertierenheid,

geloof om veel te vragen, te vragen honderduit.”

 

Met deze woorden van de Nederlandse dichter Willem Barnard begint één van onze kerkliederen. De gaven van de Geest bezingen is één ding; een ander is de vraag waar, hoe en in welke mate deze vruchten tot wasdom kunnen komen. Voor hen die vooral ingesteld zijn op datgene wat visueel, auditief en tactiel waarneembaar is moet de Geest wel ver weg en ongrijpbaar overkomen. Kan men dan wel het Pinksterverhaal begrijpen waarin verteld wordt dat de Geest op de vijftigste dag na Pasen over Jezus’ volgelingen vaardig werd? Bij het Pinkstergebeuren kwam de Geest als een onzichtbare en onvermoede kracht over hen en deed hen spreken van Gods grote daden.

Zoals voor heel de Schrift, geldt zeker voor dit verhaal dat wij het verkeerd lezen of horen, dat wij het tekort doen als wij het niet verstaan als een verhaal over onszelf. In zijn eerste apostolisch schrijven zegt paus Franciscus in dit verband : “ Het is waar dat vertrouwen in de onzichtbare Geest ons duizelig kan maken : het is alsof we in zee springen en niet weten wat we zullen tegenkomen … Nochtans bestaat er geen grotere vrijheid dan af te zien van iedere berekening en controle en het aan de Geest over te laten ons te verlichten, te leiden, te oriënteren en te brengen daar waar Hij het wil.” (Evangelii gaudium  280)

In een tijd van mondialisering, een tijd ook waarin de ene crisistop op de andere volgt en de woorden ”crisis” en “bedreiging” dikwijls in één adem worden genoemd, houdt paus Franciscus als begeesterd kerkleider niet op in bezielende woorden en met onvermoede daden de vreugde van het evangelie te verkondigen. Hij pleit er ook vurig voor om -tegen alle waardenverwarring in-  het visioen van de broederschap der mensen en de stad van vrede voor alle mensen de laatste waarheid te laten zijn.

Vorige week, daags na Hemelvaart, werd aan paus Franciscus in Rome de internationale Karel de Grote-prijs toegekend voor zijn inzet voor vrede, begrip en barmhartigheid. Bij die gelegenheid hield de hij een toespraak waarin hij, in navolging van Martin Luther King met zijn toehoorders een bijzondere droom deelde. In die droom ziet hij christenen, wereldwijd en zeker ook in het oude, volgens hem wat vermoeide Europa, als mensen die het verschil kunnen maken in een polariserende wereld waar vernietigende krachten zich opdringen om het laatste woord te hebben. “Problemen kunnen een stuwende kracht zijn” zei hij in dit verband. Ook Jezus’ leerlingen en de eerste christengemeenschappen hebben crisis gekend en tegenwerking ondervonden. En juist toen traden zij -door de kracht van Gods Geest- naar buiten en manifesteerde zich in hen een ongekende bezieling, een vurig enthousiasme.

In een tijd waarin mensen zich de vraag stellen welke waarden in een multi- culturele samenleving te delen zijn, wil Pinksteren, ons christenen doen nadenken over de kracht die ons met de Geest gegeven wordt om de diepste evangelische waarden te behartigen. En die kracht kan ons, christenen, in staat stellen een meerwaarde te zijn in een religieus en cultureel veeltalige en kleurrijke samenleving. Het is aan ons om de vruchten die groeien aan de Geest tot wasdom te laten komen en ze met medemensen te delen.

Mochten wij daarom verwijlen bij die plek in onszelf waar de Geest als een lichtend vuur en een vurige tong vindbaar en werkzaam is.

H. Van Tulder o.p.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Beluister de

 jubileumhymne

 

 

 

 

 

Jean Mossoux 

 

 

 

 

De Dominicaanse gemeenschap in Knokke

Sint-Dominicushuis | Sparrendreef 91 | 8300 Knokke-Heist

T 050 60 24 55 | E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.IBAN BE36 7380 1199 5181 | BIC KREDBEBB