Kerstmis 2017

“ En de engel sprak tot hen …”

Jes. 9, 1 - 3. 5 - 6.
Lc. 2, 1 – 14.

“ Waarom hebben engelen eigenlijk vleugels?” vroeg de zesjarige Sam totaal onverwacht aan zijn mama toen ze in familiekring Kerstmis vierden. Daar sta je dan met zo’n lastige vraag “Waarom hebben engelen vleugels?”
Zo kennen wij ze inderdaad uit de beeldende kunst : in sculpturen, op schilderijen of iconen. Met hun vleugels zijn ze herkenbaar, denk je dan. Maar tegelijk lijken ze met die vleugels ook wel een beetje van een andere wereld : figuranten van het mysterie, ongrijpbaar, buitenaards en dan kun je er maar weinig mee.

Dan kan je je afvragen of er in onze moderne maatschappij, waar zoveel langs computer, iPad, GSM of smartphone loopt, nog wel plaats is voor engelen, die in de Bijbel optreden als boodschappers van God.
En toch voelen wij het aan alsof engelen als vanzelf bij het Kerstgebeuren horen, ook al is er de twijfel of ze wel echt bestaan en weten we niet zo goed wat we er mee aan moeten.

Misschien geldt dit ook enigszins voor het Kerstfeest zelf dat een beetje dwars op onze wereld staat. Want hoe moeten we een feest van licht en van “vrede op aarde” verstaan in een wereld met zoveel onwil, zoveel dreiging, terrorisme, onverschilligheid en onbegrip.
Licht en vrede, maar dan zonder de minste schaduw of spanning, waar zijn die nog te vinden? Is het in Europa waar duizenden ontheemden aanspoelen? Of is het licht te vinden in de Gazastrook of de Westelijke Jordaanoever waar het onaanvaardbaar wordt geacht dat Jeruzalem tot hoofdstad van Israël wordt uitgeroepen? Kan er sprake zijn van vrede in Syrië waar de helft van de bevolking op de vlucht is? Of blijft het Afrikaanse continent al maar door verstoken van enig licht op vreedzaam samenleven?
Wat moeten we met het feest van Gods komst in een engel van een mens, Jezus, in die wereld van ons waar de dreiging met atoomwapens onverantwoord ter sprake komt en aan de orde wordt gesteld?

“ Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer ”.
In onze wereld, zelfs in het eigen leven lijkt God vaak zo ver weg. Velen vragen zich zelfs af of Hij wel bestaat. 
Hooguit is er nog het geloof in een verstilde God, het zwijgend geheim van ons bestaan. En toch is daar wel eens -dikwijls onuitgesproken- het verlangen naar een teken, een woord, een daad van God.
De machteloosheid tegenover het eigen leven of dat van mensen om je heen mag nooit beletten dat verlangen zichtbaar te maken door zelf een engel te zijn, een gezondene van God : iemand die luistert, helpt, troost en beschermt waar dat maar nodig is. Wie zou niet wensen dat de nood toch vleugels gaf? Om op het moment dat er paniek dreigt, dat de tranen opkomen er voor de medemens te zijn om hoop te geven, toekomst en zelfvertrouwen. Maar dan moet men goed luisteren naar de ander die fluistert : “ Je bent een engel “.

Dat is precies waar het met Kerstmis om gaat. Dat is nu net wat de Kerstengel doet : hij brengt licht in het donker, hij verkondigt vrede in het holst van de nacht. En of het nu een engel is met of zonder vleugels, dat maakt niets uit.
Waar het om gaat is dat door het kerstgebeuren de grote afstand tussen de hemel en de aarde wordt overbrugd. Elkeen die daartoe bijdraagt is eigenlijk een engel. De kerstengel is er om ons de ogen te openen voor een God die dichterbij komt opdat wij zo in ons menszijn zouden geraakt worden door het geheim van het leven zelf, door God.
Kerstmis is niet voor niets het feest van de engelen die Gods lof zingen.
Het is het feest van al diegenen die tijdens dit leven de hemel een beetje dichter bij de aarde brengen.

“ Waarom hebben engelen vleugels?” vroeg Sam. “Misschien ook wel omdat ze daarmee anderen heel goed kunnen beschermen” was het antwoord van zijn mama.
Kerstmis zegt ons : mensen, jullie kunnen voor elkaar als engelen zijn en daarvoor hoeven jullie enkel maar goed te kijken en aandachtig te luisteren. Op deze kerstdag mag het onze belofte zijn dat we proberen voor elkaar méér engel te zijn om met onze vleugels elkaar te behoeden en te beschermen. 
Vandaag durven we misschien wel beamen wat in een kerklied wordt gezongen

“ Heer, onze Heer, hoe zijt Gij aanwezig
en hoe onzegbaar ons nabij.
Gij zijt gestadig met ons bezig,
onder uw vleugels rusten wij.”

Dr. Rob G. A. Kurvers, Een paspoort voor het Rijk Gods. Uitgeverij Abdij van Berne, 2017, blz. 27 - 29.