Allerheiligen 2017

Apoc. 7, 2 - 4. 9
Mat. 5, 1-12a. 

Groot was de verwondering van de zesjarige Cas toen hij voor het eerst met zijn oma een kathedraal bezocht. Het sterkst was hij onder de indruk van de glas in lood ramen. Die deden hem spontaan vragen : “ Oma, wie zijn dat in die ramen?” En op het antwoord van zijn oma “ Dat zijn heiligen, kleine man” reageerde Cas heel gevat met de vraag: ” Zijn heiligen dan gewoon mensen waar licht doorheen komt?”
Die vele “gewone” mensen uit alle volken en talen, door wie het licht schijnt van een barmhartige, zich ontfermende God, gedenken wij vandaag.

Het venster van Johannes’ Apocalyps biedt ons in de 1° lezing een perspectief op de twaalf maal twaalfduizend, erkend als de “dienstknechten van God”. Twaalf, niet als mathematisch getal, maar duidend op volledigheid, geeft aan, samen met de menigte die niemand tellen kan, dat er onnoemelijk veel “getekenden”, “gezegenden” zijn: ontelbaar zijn zij die tegen de stroom in -tot op vandaag- kiezen voor de weg van waarachtig, lichtend leven.

De zaligsprekingen uit het evangelie plaatsen het christelijk leven in de dynamiek van bekering, omvorming en groei.
Het geheim van de zaligen en heiligen is dat zij reeds tijdens hun aardse leven transparant werden: transparant voor het licht uit den hoge dat ze bij zichzelf binnenlieten en het ook in het leven van medemensen aanwezig brachten.
In die zin worden zij “heilbrengende gezegenden” genoemd omdat zij zelf zegenend en helend in het leven stonden : eenvoudig en zachtmoedig, barmhartig en vol erbarmen, innerlijk zuiver en vredelievend. Wie de acht zaligsprekingen tot zich toelaat laat zich opnemen in de dynamiek van ommekeer en bekering.

Allerheiligen gedenkt de ontelbaar velen die in hun leven iets van het licht van Gods gelaat mochten ervaren en dit licht aanwezig brachten bij medemensen. Onder de talloze zaligen en heiligen die wij vandaag vieren zijn er meer naamloos dan met klinkende namen. Het gaat om veel gewone mensen die
menselijkheid bevorderen en de mogelijkheid van een waarachtige, transparante levensweg hebben aangetoond.
Op de goede weg zijn wie zich ontvankelijk-weerloos opstellen
en lichtend in het leven staan,
die hongeren naar gerechtigheid
en door en door oprecht zijn,
die naar de rand geschoven worden
omdat ze zich laten leiden door het Licht.

De zaligsprekingen zijn programmatisch voor de opbouw van een samenleving die recht doet aan de zwaksten, aan mensen die verdrietig zijn of grote zorgen hebben, aan hen die geen stem hebben en geen eerlijke kansen krijgen.
Zo gedenkt Allerheiligen allen van vroeger en nu die Jezus’ weg in al zijn radicaliteit volgen, die met de inzet van hun hele persoon inspirerend, helend en bevrijdend zijn.
“Het gaat gewoon om mensen waar licht doorheen komt” zegde de zesjarige Cas. Dat licht straalt als door een veelkleurig prisma op de soms tegendraadse weg die christenen te gaan hebben.

Na zijn bekering en om op die nieuwe weg te kunnen volharden heeft destijds John Henry Newman gebeden :
“ Leid, vriendelijk Licht, langs deze donkere baan, leid Gij mij voort!
Zwart is de nacht, ‘k ben ver van huis gegaan? Leid Gij mij voort!
Richt Gij mijn voet, ‘k verzaak te schouwen in ’t verschiet,
geef voor één stap mij licht, en stap voor stap, meer niet.”

Bidden wij dat dit vriendelijk licht ook onze stappen mag richten opdat wij de weg van de zaligsprekingen zouden gaan.

 

P. Herman