Geef aan God wat van God is

Jesaja 45, 104-6
Mt. 22, 15-21 

In het evangelie van vandaag gaat het over politiek, geld en belastingen.
Niet onmiddellijk een godsdienstig thema. Maar wat we lezen staat dan toch in drie evangeliën : bij Marcus , bij Lucas en vandaag bij Mattheüs. En telkens zijn geld en politiek de inzet van het verhaal. Het belastingvraagstuk is niet alleen een lastig en vervelend vraagstuk, maar bovendien zéér gevaarlijk. Palestina was immers bezet door de Romeinen.
En de belastingen die geheven werden waren bestemd voor de bezetter.
Wat gebeurt er? Jezus bevindt zich in Jeruzalem in het voorhof van de tempel als er tegen hem wordt samengespannen door degenen die collaboreerden met de keizer.
Die erop uit waren hem in de val te lokken. Is hij nu voor of tegen de keizer?
Jezus die hun valsheid doorzag sprak zich niet dadelijk uit. Maar hij begon met een belastingmunt te vragen. Dat bracht hen in verlegenheid. Vrome joden hadden dat niet op zak. Ze meden dat geld als de pest. Want op het muntstuk stond de afbeelding van de keizer.
Een gehate bezetter en een meedogenloze dictator!
Wie het opnam voor de keizer was een slechte Jood. En wie er publiekelijk tegenin ging riskeerde arrestatie en foltering. Die het wel op zak hadden zijn wel tegen de bezetting.
Maar probeerden in het gevlij te komen en commercieel voordeel te halen uit de situatie.
Door het tonen van het geldstuk toonde ze al dat ze het op een akkoordje hadden gegooid met de keizer. Welnu als ze munt willen slaan uit de bezetting door met de Romeinen handel te drijven. Dat ze dan ook belasting betalen. Waarop Jezus met hevige verontwaardiging reageert en zegt : Geef aan de keizer wat van de keizer is.
Daarmee bedoelt Jezus, jullie die collaboreren met de machthebbers en jullie handen vuil maken aan woekerpraktijken geef dat verfoeilijk geld terug aan de keizer.
Maar Jezus maakt van de gelegenheid gebruik en gooit het perspectief verder open om erop te wijzen dat wij mensen geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis.
Naar Gods beeld en gelijkenis geschapen zijn betekent dat wij Zijn weg zouden gaan.
Zijn woord zouden doen. En of het nu gaat om keizers , koningen, politici of om elk van ons is dit het criterium: Dienstbaarheid aan het geluk van mensen.
Alles wat politiek is en betrekking heeft op wetten, op ordening en regeling van onze samenleving moeten we tegen het licht van dit criterium beoordelen. En vanuit dit licht het visioen hooghouden van die andere wereld. En ethische keuzes maken.
Niet de wereld van uitbuiting, corruptie, cynisme, vernedering, rivaliteit, terreur en geweld.
We hebben nood aan visioenen van licht en vrede en gerechtigheid en van vergeving
als de een tegenover de andere een grief heeft. Van daaruit kunnen we een spoor trekken van een andere, nieuwe wereld en een tegenkracht vormen.
Wij willen als christenen ons aansluiten bij die mensen van de tegenkracht.
Dat al het goede in ons, zich mag voegen bij alle solidariteit en trouw die mensen elkaar betonen overal in de wereld. Een tegenbeweging tegen al wat dood maakt.
Als we vanuit de levende God - van waaruit Jezus leefde en handelde - de mens en de wereld tegemoet treden het is … aan God geven wat aan God toekomt

 

Wittevrongel Maria

22/10/2017