Preek over Bruiloftsmaaltijd

Mt. 22, 1-14

 

Willen wij iets zeggen over wat ons ter harte gaat, zullen we dat altijd doen met beeldspraak en verhalen. Hoe sterker de beelden of de metaforen hoe beter we kunnen uitdrukken wat ons bezielt. In een beeldrijk verhaal vertelt Jesaja hoe God op een feestmaal, op het einde der tijden alle tranen zal wissen en hoe Gods toekomst, definitief een bron van vreugde voor allen zal zijn. Ook in het evangelieverhaal gaat het over een feestmaal, meer bepaald een bruiloftsfeest. Jezus verwoordt in die parabel, een week voor zijn dood, heel scherp, hoe Gods boodschap, die Hij bracht verworpen zou worden.
In de lezing van vandaag zendt de koning driemaal dienaars uit om mensen uit te nodigen voor een bruiloftsfeest. Diverse groepen negeren de uitnodiging, maar uiteindelijk wordt de deur open gezet voor iedereen zonder onderscheid, echter wordt een genodigde zonder bruiloftskleed zonder veel omhaal buiten in de duisternis geworpen, Zijn lot is gejammer en tandengeknars.
Dit bijna surrealistisch verhaal schetst hoe Gods project met de schepping er in bestaat zijn liefde te kunnen mededelen. God wil de mens aanbieden zijn partner te worden. Dit partnerschap veronderstelt dat God ons ruimte geeft voor eigen inbreng, voor vrijheid en initiatief. In die ruimte maakt God ons, in Jezus Christus, aandeelhouder in zijn leven, laat Hij ons beminnen met zijn liefde, en keert ons een hartverwarmend liefdesdividend uit.. dat we mogen delen met onze medemens, om zo dat Godsrijk, in en door Jezus, verder op te bouwen. En als afronding van ons partnership in het scheppingsgebeuren richt God voor ons een feestmaal in, waarin Hij ons ten volle laat delen in Zijn liefde, om voor allen een bron van vreugde te zijn.
Vandaar de hardnekkigheid van God om een volle zaal te hebben en dat feest te laten slagen. Maar gaan wij op die uitnodiging in of maken wij, belemmerd door onverschilligheid of door zoveel excuses, geen tijd voor iets anders dan de waan van dag.
Maar God blijft ons uitnodigen, al is het aanzitten op die bruiloftsmaaltijd niet onvoorwaardelijk, een bruiloftskleed is verplicht. De gewoonte stamt uit de Babylonische etiquette, toen alle genodigden hetzelfde ceremonieel gewaad ontvingen om aan te zitten aan de tafel van koning Hammoerabi.
Ook als wij vandaag ingaan op Gods uitnodiging, wordt een gepaste kledij verwacht, m.a.w onze manier van leven moet in harmonie zijn met God. Hoe wil je immers van zijn feest genieten als je in een verwrongen relatie bent met God. Die gesteltenis houdt in dat je de zaligsprekingen in praktijk brengt, dat je hongert en dorst naar gerechtigheid, dat je vredestichters wordt. Maar zo’n levenshouding opbouwen is een werk van iedere dag, het is een levenstaak, om geduld en nederigheid, om zachtmoedigheid en barmhartigheid, om vergevingsgezindheid en dankbaarheid als juiste plooien in je leven te leggen
En toch is het maar pas wanneer we het gelaat van de weerloze ander ontdekken en ingaan op het ethisch appel dat er van uitgaat, dat we langs Gods vestiaire mogen passeren, om het gepaste kleed te kiezen, om in die ander,.. Jezus te ontmoeten… Zien wij echter het gelaat van de ander niet, zullen wij ook nooit het gelaat van de bruidegom, Christus, zien en nooit de intense vreugde van dit unieke feest mogen mee maken. Daarom is het een levenstaak om, doorheen de wereld, de weg naar God te vinden.
Met zijn extravagant verhaal en strenge interpretatie wijst Mattheus ons op wat van ons verwacht wordt in concrete daden van liefde en rechtvaardigheid. En ook God blijft niet talmen, straks in de communie worden we reeds uitgenodigd om in geloof deel te nemen aan zijn feest : ‘ Zalig zij die uitgenodigd worden aan het bruidsmaal van de Heer. Erkentelijk zullen we ‘ja’ antwoorden, maar er deemoedig aan toevoegen:’ Heer, ik ben niet waardig, maar spreek een woord en mijn bruidskleed zal in orde zijn. 

 

Bronnen: Monnik Marc Gallant Orval Georges Devinck Dom.fam Knokke

UP Leuven prof. Johan Versraeten

15/10/2017