Gelijkenis van de wijngaardeniers 

 

Toen ik voor het eerste dit Evangelie las om de preek voor te bereiden, 
was ik zo dadelijk verbaast uitgenodigd te worden om daarover te spreken
Het verhaal van het Evangelie is ver van mijn eigen ervaring.  
Wijngaarden ken ik helemaal niet.  Ik drink liever bier.  
Moordernaars ken ik er geen in mijn omgeving.  
Ik kan dus zwaar iets daarover zeggen.  
Maar, daar ik een zo lange reis heb gedaan, zal ik toch iets zeggen, maar het zal kort zijn. 

De mensen in het Evangelie hebben zich vergist.  
De meester was zolange weg dat zij overtuigd zijn geworden 
dat zijzelf de eigenaars van de wijngaard waren.  
En wij lopen hetzelfde risico.  
Wij kennen natuurlijk allerlei moeilijkheden, 
maar wij zijn zo daaraan gewoond, 
in goeie gezondheid in onze eigen familie te leven, 
dat wij soms het vergeten 
dat alles een geschenk is, een breekbaar geschenk is.  

Niet iedereen heeft de kans, in een dominicanenklooster te leven, 
en zo dagenlang zijgend en bescheiden 
door de donkere gangen van het klooster te gaan 
tussen de kerk en de cel, en soms ook naar de keuken.  
In het gebed leren wij God danken  
voor het leven et voor de liefde die hij ons geeft, 
en wij proberen ook dank te zeggen voor de medebroeders met wie we leven.  

De wereld ziet het anders.  
Het ideaal is de mens, die alleen en zelfs tegen de maatschappij 
zijn persoonlijkheid kan ontplooien, zijn plan kan uitvoeren.  
Hij heeft de kracht en de macht, zichzelf te zijn met of tegen de anderen.  

En God kijkt naar de wereld zoals een moeder naar haar kind. 
Dit kind rookt, drinkt, ligt de hele dag op zijn bed, en verdwijnt ook s’nachts. 
Zij vraagt zich af : « wat heb ik dan gedaan dat hij zo kwaad met mij en met zichzelf is ? » 
En God vraagt ons : « heb ik niet alles gedaan zodat U gelukkig kan werden ? » 
In het Evangelie staat het zo geschreven : 
« de landeigenaar legde een wijngaard aan, zette er een heining omheen, 
hakte een wijnpers erin uit en bouwde een toren ».  
En in de eerste lezing is het nog duidelijker : 
« wat was er nog aan mijn wijngaard te doen, 
dat ik er niet aan gedaan heb ? » 
In tegendeel hebben wij enkele dagen geleden 
het feest van de heilige Franciscus van Assisi gevierd.  
Die man heeft alles verlaten om alles als een geschenk te kunnen beschouwen. 
Vol bewondering heeft hij de zon en de regen, de vogels en de bloemen gezongen. 
Alles was voor hem een geschenk 
dat God hem en ons allen in zijn grootse liefde heeft gegeven.  
Het zou misschien wel zijn, af en toe onze echtgenoot dank te zeggen, 
omdat het leven zonder haar of hem leeg en zinloos zou zijn.  
Het zou ook wel zijn de priester dank te zeggen 
omdat hij ons helpt, de aanwezigheid Gods in ons leven opnieuw te ontdekken.  
Wij kunnen ook de predikant dankbaar zijn 
omdat zijn preek kort is geweest. 

 

Philippe Henne, o.p. 

8/10/2017