Vergeving

De twee lezingen van vandaag over vergeving zijn gemakkelijk te begrijpen. We hebben het duidelijk gehoord: Vergeef uw naaste zijn onrecht. Dan worden, als gij er om bidt, uw eigen zonden door God kwijtgescholden. Dat vinden we in de eerste lezing, uit het boek Jezus Sirach, geschreven rond 190 vóór Christus. En in het evangelie vertelt Jezus een parabel die die houding illustreert: tegenover God staan wij allemaal in een schuld die wij niet kunnen betalen. Maar God scheldt ons die schuld kwijt. Als wij echter de schuld die anderen bij ons hebben, niet kwijtschelden, zal God ons daar ter verantwoording voor roepen. Het is als het ware een echo van het Onze Vader: “En vergeef ons onze schuld zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven”. Dat moeten wij, aldus Jezus, tot zeventig zevenmaal doen. Het wil zeggen: zonder voorbehoud, zonder te rekenen, zonder voorwaarde. Met een boutade zou je kunnen zeggen: in plaats van onbeperkte wraak, oneindige vergiffenis.

Zoals ik zei: heel duidelijke richtlijnen, goed te verstaan. En toch zien wij telkens opnieuw hoe moeilijk, ja ondoenbaar het voor mensen, voor ons, is om te vergeven. Zeker als het gaat over zware vergrijpen. Slachtoffers van kindermisbruik b.v. mogen al blij zijn dat ze hun leven langzaam weer kunnen oppakken en opstaan uit de modder van hun verleden. Maar daarbij nog eens vergiffenis schenken aan wie hun dit aandeed, is er voor de meesten teveel aan. Er zijn trouwens criminele daden die té onmenselijk zijn om zomaar vergeven te kunnen worden: foltering, moord, genocide. Dus laat ons asjeblief niet te vlotjes en te vlug over vergeving spreken. Toch beseffen wij evenzeer dat ongebreidelde wraak onszelf en de ander meesleurt in een dodelijke spiraal. Kwaad met kwaad vergelden maakt dat kwaad alleen maar erger, we wrikken er ons in vast, we geraken erdoor geobsedeerd. We worden tenslotte zelf een beul. Niet voor niets maakte Jezus de vergeving en de verzoening tot fundament van zijn boodschap. Meer nog, vergeving is voor hem een van de meest concrete uitingen van liefde. 

Laten we even stilstaan bij wat je als dader of als slachtoffer kan doen na een misstap. Laten we beginnen met het van de kant van de dader te bekijken. Als ik echt kwaad berokken aan een ander, dan maak ik niet alleen die ander tot een slachtoffer, maar ik vergooi daarmee ook mijn eigen menselijkheid. Ik kan verschillende kanten uit. Ofwel praat ik mijn misstap goed, en til ik er niet te zwaar aan, wis ik het uit mijn geweten, maar dan besef ik maar al te goed dat dit een leugen is, die de ander nog meer kwaad doet en mezelf nog onmenselijker maakt. Ofwel geef ik het toe aan mezelf en aan mijn slachtoffer dat ik verkeerd was en schuld draag, en dat ik het wil goedmaken – zo goed mogelijk... Ik kan lik op stuk krijgen, of het risco lopen afgewezen te worden, of zelf slachtoffer worden van ‘oog om oog, tand om tand’. Maar mijn kwetsbare opstelling ten aanzien van mijn slachtoffer is de enige manier om hem of haar recht en genoegdoening te geven, en tegelijk mijn mens-zijn te herwinnen.

En laten we het nu eens bekijken vanuit het slachtoffer. Als mij zwaar kwaad wordt aangedaan naar ziel en lichaam, kan ik dat nooit vergeten. Zelfs als mijn bewuste ik het zou verdringen, dan nog zal mijn lichaam het altijd onthouden, want het lichaam onthoudt alles. Ik mag het trouwens niet vergeten. Hoe dan ook, als slachtoffer kan ik ook verschillende kanten uit. Ofwel zin ik op wraak, laat ik mijn woede de vrije loop, eis ik een evenredige vergelding zoals de doodstraf bij moord. Dan geeft mij dat misschien een gevoel van rechtvaardigheid, maar evenzeer besef ik dan dat ik een pad kies dat zowel voor de dader als voor mezelf dood loopt, geen uitwegmogelijkheid biedt, geen nieuw leven mogelijk maakt. Ofwel maak ik als slachtoffer de weg vrij, schep ik voor de dader nieuwe kansen om het mij aangedane leed – dat ik nooit wil vergeten – zo goed mogelijk te herstellen. Alleen zo kunnen de dader en ikzelf ons gehavend mens-zijn met elkaar delen. Ook dat is een risicovolle onderneming waar ik lik op stuk kan krijgen, namelijk als de dader mij als slachtoffer blijft verwerpen. Maar alleen via dat risico kan ik de weg ten leven vinden, want door mijn aanbod van vergeving ben ik eigenlijk al uit mijn slachtofferschap gestapt.

Een gedicht dat als titel ‘om verzoening’ heeft, eindigt als volgt: tot wie moet ik mij wenden / nu jij vanuit het graf / geen teken meer kunt zenden / geen wenk geen vraag geen straf / wij mogen blijven hopen / dat iemand ons verwacht / ons leven wil voltooien / met recht en liefdeskracht. Dat is de beschrijving van een beklemmend gevoel dat velen van ons hebben, namelijk dat we nog iets wilden goedmaken met iemand die ondertussen gestorven is, en het is er niet van gekomen. Er is geen gesprek meer mogelijk, geen teken van vergeving, geen blijk van verzoening. Ik kan geen genoegdoening meer aanbieden. Zoveel verdriet, zoveel onmacht, zoveel spijt. Maar het gedicht eindigt met hoop. Een hoop die verankerd ligt in ons geloof dat alleen God het mysterievolle samengaan van liefde en rechtvaardigheid in zich draagt, en dat wij daar langzamerhand mogen deelachtig aan worden naarmate wij leren vergeving te schenken en te ontvangen.

Ter afsluiting. Vergeven en zich verzoenen vraagt moed. Het betekent niet dat de schuld wordt ontkend, het betekent ook niet: zand erover, laten we het maar vergeten, alles gaat gewoon weer verder. Als er echt diepe wonden zijn geslagen, gaat het leven nu juist nooit meer ‘gewoon’ verder. Anderzijds maakt wraak of haat verbitterd. De Zuidafrikaanse dominee Beyers Naudé die jaren lang door zijn eigen kerk werd vernederd en gekleineerd, heeft ooit tegen zijn vrouw gezegd: ‘Als je merkt dat ik verbitterd raak, moet je me dat zeggen’. Als we onszelf opsluiten in haat, worden we een tweede keer slachtoffer. Laten we God vragen om ons te helpen en laten we elkaar helpen om dat te vermijden. Amen.

 

Bernard de Cock o.p.

 

 

 

 

 

 

 Beluister de

 jubileumhymne

 

 

 

 

 

Jean Mossoux 

 

 

 

 

De Dominicaanse gemeenschap in Knokke

Sint-Dominicushuis | Sparrendreef 91 | 8300 Knokke-Heist

T 050 60 24 55 | E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.IBAN BE36 7380 1199 5181 | BIC KREDBEBB