Preek 22e zondag door het jaar

Jer.20, 7-9
Mt.16,  21-27

Niemand van ons ontkomt aan de tegenstellingen die eigen zijn aan onze menselijke bestaansconditie. Er zijn de goede en de kwade dagen, er is de blijdschap en het verdriet, de ups en de downs, de rozengeur en de maneschijn maar evenzeer de kommer en de kwel. De primaire vraag waarvoor het leven zelf ons stelt is : hoe ga ik om met de tegenstellingen die mijn leven afwisselend kleur geven of het overschaduwen? En voor  christengelovigen zit in deze vraag vervat : hoe begrijpen wij de taal van het evangelie die meer dan eens tegengesteld is aan onze eigen menselijke overwegingen?

Zo’n taal horen wij vandaag in de evangeliewoorden : “ Wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden.” En : “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen.”

Het kruis waarop Jezus alludeert zou wel eens kunnen verwijzen naar de opgave om het licht te laten overwinnen over alles wat het leven duister maakt. Voor die opgave wist ik mijzelf geplaatst bij het sterven van  mijn twee medebroeders-huisgenoten, P. Stef en P. Gerard. 

In die zo bewogen en diep ingrijpende periode werd mij meer dan eens ter bemoediging gezegd : “ Pater, je zult kracht krijgen naar kruis.”

Die kracht heb ik inderdaad mogen ervaren in veel bemoedigende woorden en meevoelende gebaren. Mensen nabij te mogen weten : het was een licht in die donkere dagen. Door dat licht liet ik mij dragen en wist ik mij gesterkt om in de tegenstelling tussen duisternis en licht rechtop te blijven.

En dat stemt me dankbaar want ik mocht ondervinden dat dankbaarheid de poort opende naar de kleurrijke tuin van verbondenheid.

Uw gehechtheid aan deze plek, uw verbondenheid met het Zoute-kerkje : ze waren mij tot steun in mijn kwetsbare aanwezigheid als laatst overblijvende Dominicaan . Al was er het kruis waarbij ik aanvankelijk dacht elk houvast  te verliezen, dank zij het meeleven en meedragen van velen bleef mijn vertrouwen overeind en mijn hoop levend. 

Dat deed me beseffen - nog intenser dan voorheen – dat ik mij gedragen  mocht weten door Iemand die groter is, door God, die door Jezus zijn belofte “Ik zal met u zijn” gestand doet.

Dat het licht het moet winnen van de duisternis is de voorbije maanden gebleken in de door velen gedeelde bezorgdheid om de toekomst van deze kerk. De bereidheid van velen om zich metterdaad mee in te zetten voor deze geloofsgemeenschap sterkte in mij de overtuiging dat we samen deze gemeenschap vormen en er ook samen verantwoordelijk voor zijn : ieder met eigen gaven en talenten. Mijn geloofshoop doet mij zeggen dat achter de diepe kwetsbaarheid van de Dominicaanse aanwezigheid voor het Zoute-kerkje  ook een grote kracht schuilgaat. 

Dit doet me spontaan denken aan Petrus die vorige week in de evangelietekst “steenrots” werd genoemd. Vandaag wijst Jezus  hem terecht en zegt : “Ga weg, Satan. Gij zijt Mij een aanstoot, want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.” Hieruit blijkt duidelijk dat zelfs het leven van Simon Petrus, de eerste der apostelen, getekend was door licht en schaduw, door menselijke kleinheid en kwetsbaarheid.

Mijn breekbaarheid en kwetsbaarheid om in deze geloofsgemeenschap voorop te gaan doen mij de diepte beseffen van de dichterlijke woorden van Johan Daisne : “ Het grootste wonder van dit leven is,
                  dat op elk ogenblik “het” kan gebeuren:
                  het wonder, straks en thans nog ongewis
                  maar dra en plots kunnen de wolken scheuren. “

Kracht-gevende en moed-schenkende ontmoetingen hebben mij de voorbije maanden  gesterkt om -met de steun van uw gebed- te blijven bouwen aan de brug naar de toekomst waarin “het wonder” kan gebeuren.

De paradoxale weg die ons vanuit het evangelie wordt voorgehouden “zijn leven verliezen om het te winnen” leidt doorheen kwetsbaarheid naar nieuw leven. En dat heet dan “ opstaan / verrijzen”. Het is het hart van onze geloofshoop.

A.