Preek 13 Augustus 2017 - Red mij

Ik ga graag voor in doopsel-vieringen. Ouders danken God voor de vrucht van hun liefde, ze spreken een belofte van toewijding uit aan het nieuwe leven, het kindje wordt daarna gedoopt met water en zijn kleine lichaampje wordt gezalfd-geheiligd met olie, opdat het er een gelukkig mens mee mag worden. Wat een mooie ritus. Telkens schuif ik daar ook een klein ritueel in voor alle aanwezigen. Ik vraag hen samen het kindje te dragen op een groot doek, het zachtjes te wiegen ik daarbij de volgende tekst zing: “Die mij droeg op adelaarsvleugels, die mij hebt geworpen in de ruimte, en als ik krijsend viel, mij ondervangen met uw wieken en weer opgegooid, totdat ik vliegen kon op eigen kracht.” Het is een tekst van Huub Oosterhuis, die hij gevonden heeft in de Bijbel. Het is één van de vele teksten waar God, Jahweh voorgesteld wordt als een betrouwbare arend die omziet naar zijn jong.

In de tekst wordt beschreven hoe grote adelaar is omgegaan met kleine adelaar en welke pedagogie gebruikt werd om de kleine volwassen te laten worden. Het is de bekende tactiek om het jong zelfstandig te leren vliegen. Het doet mij ook denken aan het leren zwemmen van peuters of zelfs van baby's: gewoon in het water gooien, uiteraard erbij zijn zodat ze niet verdrinken en zo doorgaan tot ze er zelf voor zorgen dat ze bovenblijven. Wie is de ik-figuur, wie is het jong? In elk geval iemand die nu rustig op eigen kracht aan het vliegen is, zonder angst, op gelijke hoogte én waarschijnlijk gezellig keuvelend met de grote adelaar. Je ziet ze naast elkaar met een grote zwevende beweging van vrijheid. Maar voordat je vertrouwvol kunt vliegen val je telkens krijsend naar beneden. Wat een emoties! Een emotie is een gemoedsbewe¬ging die ons overvalt. Angst, vrees, verdriet, en ook positief uiteraard: vreugde, een gat in de lucht springen, kippevel. We zoeken ze niet, de emoties: ze overkomen ons, ze grijpen ons aan. In situaties die ons te machtig zijn, waar wij geen raad mee weten, waar wij niet tegen opgewassen zijn. Een emotie is dus een reactie op een onverwachte wijziging in onze situatie. Daarom overweldigt ze ons. Wij zijn onszelf niet meer meester. We zouden willen handelen, maar alle wegen zijn afgesloten. En dat is juist de reden waarom we in die emotie vervallen (je hoort het: men vervalt in een emotie-we zitten dicht bij de beeldspraak van het krijsend vallen): omdat wij niet kunnen handelen. Zolang als wij maar iets kunnen doen, om de situatie waarin wij ons bevinden meester te worden, ervaren wij geen emotie. Het opgegooid worden in de ruimte en niet kunnen reageren want je kunt niet vliegen, je kunt dus niet handelen, heeft maar één iets tot gevolg: de verschrikkelijke emotie van het krijsen tijdens het vallen. 

Ik vraag mij hierbij af: van wat kan dat nog het gevolg zijn, dat krijsend vallen? Toch van om het even welke gebeurtenis, waardoor mijn levenshoop de bodem ingeslagen wordt. Ik word plots ongeneeslijk ziek, ik krijg zojuist mijn ontslag te horen, ik verneem dat men mij ten onrechte van iets beticht, ik veroorzaak een accident, mijn man laat mij zitten. Ik val. Recht naar beneden. Ik zink. Als een steen. En ik schreeuw.

U zult zich misschien afvragen wat dit met de liturgie van vandaag te maken heeft. Ik denk, alles. In Matteüs zijn verhaal lezen we dat er met Petrus iets gelijkaardigs aan de hand is als met de jonge adelaar. Petrus loopt over het water naar Jezus, hij staat er, maar dan wordt hij bang en begint te zinken. Petrus verdrinkt niet. Hij zwemt ook niet nog een poosje. Petrus wordt ook geen reddingsboei toegegooid door de collega's vissers in de boot die het nummertje van hem nu al welletjes vinden. Niets daarvan in de tekst. Wat staat er? Wat doet Petrus? Hij krijst! Hard en luid. Help mij, ik ga eraan. Hij schreeuwt zonder aarzelen, want hij heeft geen minuut te verliezen. Hij heeft hier alleen zijn emotie van angst en krijsen. En hij durft er te gaan instaan, ze te uiten. Niet iedereen is zo. Er zijn wel meer mensen die zo zeer op eigen krachten rekenen, dat ze menen dat het een zelfvernede¬ring is om hulp te roepen, ‘help mij’ te schreeuwen. Mensen kiezen soms het wanhopig en zelfvernietigend zwijgen. Omdat ze trots zijn, terwijl ze maar al te goed weten dat ze de dieperik ingaan als er niets verandert, als er niets aan gedaan wordt, als niemand er iets aan doet. Er gebeurt iets merkwaardig zowel in het verhaal van de adelaar als in het verhaal van Matteüs. De kreet van Petrus tijdens het zinken en het krijsen van het jong tijdens het vallen wordt onmiddellijk gevolgd door de hulp. Er is geen tijdspanne tussen: "terstond stak Jezus zijn hand uit" en "als ik krijsend viel, mij ondervan¬gen". Zou het niet kunnen dat mijn krijsen zélf als uiting van mijn emotie reeds mijn verlossing in aanzet is? Ik krijg mijn emotie geuit. Reeds dat bevrijdt mij. Het proces van redding wordt op gang gebracht. Ik ben reeds verlicht door mijn gekrijs, door mijn geuite kreet. Natuurlijk, beide verhalen suggereren duidelijk dat er een oor is van iemand die luistert. Iemand die mijn gekrijs, mijn kreten opvangt. Stante pede reikt de luisterende mij zijn wieken, zijn hand. Niet ik grijp hem, maar hij grijpt mij. Misschien is dat wel echt geloven: dat ik erop vertrouw in de liedesgreep terecht te komen van wie echt met mij begaan is. 

Het is hier de plek en het moment om iets te zeggen over ons geloven. Christenen zijn niet de mensen die ‘menen’ dat er misschien wel ‘iets’ is dat ons te boven gaat. Neen, christenen gaan op weg vanuit een besef en een vertrouwen. Het besef namelijk dat God zich op een heel eigen wijze heeft getoond, kenbaar gemaakt aan mensen, in de geschiedenis. En als ik zeg ‘God’, dan gaat het niet over een of ander opperwezen of over een filosofische begronding van de werkelijkheid. Als ik ‘God’ zeg, dan stel ik mij in het grote verhaal van de mensen die Hem hebben ervaren als degene die zegt: ‘ik-zal-er-zijn’. Dat verhaal is de nagalm van een Stem, de weerklank van wat woorden in ons hart. Het is het verhaal van al die generaties van ‘gelovigen’ die – net als wij – alleen maar de naam van God hadden als een belofte dat Hij er zou zijn als ze Hem riepen.

Welnu, Jezus zette dat verhaal verder. Hij was de mens die deze God belichaamde. Aan Jezus was te ervaren wat het betekent: ‘Ik zal er zijn’. In het evangelie van vandaag wandelt hij over water. Laat toch dat prachtig beeld tot jou spreken. In een cultuur waar het water ook de machten van het kwaad en de dood symboliseerde, betekende ‘over water wandelen’ dat kwaad en die dood niet negeren maar erboven staan, met de voeten treden, m.a.w. er u niet laten door verzwelgen. Jezus, die het kwaad bedwingt, brengt in praktijk wie God voor ons is, namelijk degene die zegt: vrees niet, ik ben het. Degene die ons al tijdens onze schreeuw ‘Red mij’ de hand reikt, optilt en ons opnieuw op weg zet. 

Als christen mag ik op weg gaan met het vertrouwen dat God ook op vandaag de grote adelaar is die mij telkens opnieuw opgooit en ondervangt met zijn wieken tot ik vliegen kan op eigen kracht. Amen. 

Bernard de Cock o.p.

 

 

 

 

 

 Beluister de

 jubileumhymne

 

 

 

 

 

Jean Mossoux 

 

 

 

_________________ 

 Commentaren bekijken

_________________

 

Citaat commentaar Etienne Leirman

 

" Zijn doelpubliek is een steeds groter wordende groep die zich niet meer door de traditionele taal en leer aangesproken voelt of zelfs helemaal van vervreemd is. "

 _________________

 

 Citaat commentaar Sofie Foets 

 

"Het boekje “genoeg, gooi het over een andere boeg” was voor mij dus eigenlijk een leuke herinnering aan die kindertijd. Ik heb er  –  tot mijn verbazing – echt van genoten. Ik beleefde een soort van “aha-erlebnis” toen ik het las."

 _________________

 

Citaat commentaar Mieke Morlion

 

"Hij doorworstelt zijn scepsis ten aanzien van de figuur van Jezus via het evangelie van Matteüs. De teksten die hij dan verder doorploegt, bieden een rijk pakket aan christelijke inzichten."

 

 

 

De Dominicaanse gemeenschap in Knokke

Sint-Dominicushuis | Sparrendreef 91 | 8300 Knokke-Heist

T 050 60 24 55 | E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.IBAN BE36 7380 1199 5181 | BIC KREDBEBB