Preek zondag 30 juli 2017 - Schat in de akker (Matteus 13, 44-46)

Mensen vertellen erover wanneer ze iets zijn tegengekomen dat hun leven veranderd heeft. Een nieuwe wending. Als een lichtflits die hun ogen geopend heeft. 

Zoiets moet er gebeurd zijn met de leerlingen van Jezus. Dat willen de parabels die we beluisterd hebben duidelijk maken. Je vindt een kostbare schat of een parel. Het gebeurt al dan niet bij toeval. Maar eenmaal gevonden wil je die niet meer kwijt. 

De leerlingen hebben Jezus meegemaakt als innemend, charismatisch persoon.. Zijn optreden is echter op een sisser uitgelopen. Zijn executie op het kruis, is op wereldschaal bekeken, een totaal onbelangrijk gebeuren. 

En toch is het niet afgelopen. Dat ligt aan dat handjevol vissers en die enkele vrouwen die hem hebben meegemaakt. Zij hebben iets gezien. Iets gevoeld. Een licht, een gloed die een barst bewerkt in de wereld waar geweld en macht de toon voeren. 

Er breekt inderdaad iets open. Het gebeurt telkens weer. Mensen hebben geen vrede met de wereld die ze aantreffen. Ze weigeren zich neer te leggen bij een bestaan dat enkel schaduw en duisternis is. Dat is vandaag het geval in tal van landen in Afrika waar hongersnood heerst, waar kinderen massaal sterven door ontbering. En toch zijn ook in deze duisternis die kleine medische posten die een lichtbaken zijn in een zee van ellende. 

Het klinkt ook door in het interview dat Reginald Moreels gaf in mei jongstleden, over zijn inzet als oorlogschirurg in Mosul, Irak. Moreels is gekend als één van de oprichters van Artsen zonder grenzen, gewezen staatssecretaris voor Ontwikkelingsssamenwerking. De gruwel die hij in Irak meemaakt is onbeschrijflijk. De keuzes waartoe hij als arts gedwongen wordt zijn verscheurend. Het meest is hij geraakt door de kinderen die slachtoffer zijn van deze oorlog. Ondervoed, met kwetsuren dwalen ze rond door het puin van hun vernielde huizen. Of zijn inzet wel iets uithaalt? 

Toch vertrekt hij voor een nieuwe missie. Naar opnieuw oorlogsgebied. De vraag wordt gesteld of dit geen gekkenwerk is? Hij beseft maar al te goed dat die zendingen geen oplossing bieden voor de conflicten. Dat spreekt voor zich. Maar er is een roep die sterker is dan mezelf, zegt hij. “Ik kan iets doen, hoe klein ook. Ik word er meer mens door”. Hij heeft een schat ontdekt die hij niet meer prijsgeeft.

Misschien kan een dergelijke confrontatie ons bewust maken van de parel die ook wij in ons dragen. Het bewustzijn van die innerlijke kracht die ons in staat stelt iets te doen. Het is misschien niet zo groot. Maar ieder van ons draagt een kleine schat van binnen. Een besef dat ons verbiedt toe te geven aan de dreigende lethargie en aan de onverschilligheid. Een parel, een kracht in ons: plus est en vous. Het motto van de heren van Gruuthuuse (Brugge) in de 14e-15e eeuw. De oude Grieken kenden het ook al. Wij kunnen een verschil maken. Wij kunnen de lamlendigheid openbreken, wij kunnen het cynisme breken. Plus est en vous. Dat bewustzijn kunnen we cultiveren.

Dat hebben die vroege leerlingen van Jezus goed begrepen. Dat begrijpen zovele anderen, binnen en buiten de christelijke traditie. Dat inzicht, dat gevoel blijkt universeel: de kracht om gemakzucht en middelmatigheid te overstijgen. Zoiets zie je vaak gebeuren bij grote menselijke tragedies. Zoals bij de ramp voor de kust van Lampedusa in 2013 toen driehonderd van de vijfhonderd bootvluchtelingen de verdrinkingsdood stierven. Vreselijke beelden. 

Maar in die beelden zie je ook de hulpverleners en gewone burgers opduiken, die de handen uit de mouwen steken om tegemoet te komen aan een dwingend moreel appèl. Het kan hen niet deren dat vele anderen op afstand de schouders ophalen. Het zijn kleine straaltjes licht en goedheid in een ondraaglijk somber decor. Het is zoals Lucebert dichtte: alles van waarde is weerloos. Maar die schat verdient het gekoesterd te worden.

Jezus vertelt ons over het koninkrijk der hemelen. Dat gaat niet over wat na dit leven komt. Het gaat over de hemel die we hier en nu met en voor elkaar kunnen bewerken. Die schat maakt je leven rijk. Die schat schenkt diepe vrede. Ik wens het ons allen van harte toe. Plus est en nous. 

 

Ignace D’hert o.p.