Preek veertiende zondag door het Jaar (2)

Het evangelie van de zaaier is ons heel waarschijnlijk goed bekend: het gaat om de aandacht die men geeft, of weinig geeft, of helemaal niet geeft, omtrent authentisch geloven, dat een diep menselijk vertrouwen kan zijn, een innerlijke sterkte die ons draagt en ons doorheen de moeilijke momenten van het leven verderhelpt. Bekommernissen kunnen ons daarvan afleiden; bezigheden kunnen ons verstrooien; het kunnen momenten zijn die ons aangrijpen, maar dan even vlug als ze gekomen zijn, weer wegglijden.

In april was ik weer eens een tijd in Cairo, in Egypte. Dominicanen waren uitgenodigd om deel te nemen aan het vredescongres van de islamitische universiteit, voorgezeten door de groot-imaam. Paus Franciscus had erop aangedrongen de slotzitting bij te wonen, ondanks het feit dat raadgevers in het Vaticaan het hadden afgeraden: Ze vonden die reis naar het Nabije Oosten te gevaarlijk! Waar vrede ter sprake komt wil ik er bij zijn, was zijn antwoord. S’anderendaags verzamelden vele koptische christenen zich rond paus Franciscus om te bidden voor vrede. Toen de paus ons toesprak, begon hij met het Arabische “salâmu ‘alaykum”; de christen Kopten waren verbaasd, omdat het islamitisch klinkt, maar onmiddellijk daarna werd overtuigd geapplaudiseerd: salâm, shaloom aleikhem, vrede zij u, is dat geen universele wens die veel dieper gaat dan een gewone groet, die soms heel formeel aandoet...? Heil en vrede gaan samen in ouder Nederlands. Men noemt bijbelse geschiedenis heils-geschiedenis; een grondwoord “heil”, dat in de recente geschiedenis is verkracht... En groet men bekenden niet in het Frans met “salut”, een gelijkaardig grondwoord dat gezondheid, heling, geluk toewenst? Dit oude woord gebruikt men nog in het Engels wanneer men tot Maria bidt: Hail Mary, full of grace, the Lord is with thee... En misschien komt het moderne Hello! ook voort uit dat oude woord...

Het is precies in deze oude grondwoorden dat de mens zijn ervaring van gegevenheid van geluk doorheen de tijden heeft uitgedrukt; zelfs in tijden van tegenspoed, van alom heersende wanhoop... “Moge heil en vrede u gegeven zijn”! Een ten diepste beleefd vertrouwen in het menselijk leven, “geloven”... Het woord “geloof” is tegenwoordig afgezwakt tot een simpele overtuiging; in het frans spreekt men dan van “croyance”, “des croyances”, waarbij mensen als het ware allemaal toch “iets voorhebben”. “Geloven” gaat echter veel dieper: het is tegelijk hopen, uitzien naar menselijk geluk...

In een recent interview in de Standaard kwam de bekende ethicus Etienne Vermeersch met een woord dat kwam zoals hij zei, “uit het diepst van mijn wezen”: hij stelde het volgende: “Om het met (de bekende Libanese dichter) Khalil Gibran, te zeggen: uw kinderen zijn ùw kinderen niet” (Your children are not your children. They are the sons and daughters of Life's longing for itself. They come through you but not from you)… Voor mij is het merkwaardig dat Etienne Vermeersch zich deze uitspraak eigen maakte; maar als ethicus kon hij ook niet anders. Gegevenheid is hier het woord dat past! Kinderen, zoals elke evenmens, zijn aan de behoeften van mijn eigen wil onttrokken. Wij maken ons geen kinderen, zoals een timmerman een kast maakt, om die dan te gebruiken, zoals we onze evenmens niet mogen misbruiken als slaven. Nooit eerder dan bij de zaak Dutroux is dit de mensen zo duidelijk geworden. 

Wanneer men het woord geloven gebruikt, dan is het ten diepste in zo’n context. Menswaardigheid is iets dat voor-gegeven is; ook voor onszelf; we zijn als mens in het leven bevestigd, niet door onszelf, dat kunnen we, zelfs met de meeste ambitie, niet uit onszelf. Voor christenen en vele anderen komt die voor-gegeven menswaardigheid  voort uit God.

En zo komen we terug bij het begin: geluk en vrede gaan ons te boven, maar met zijn allen wensen we het de mensen toe. Zoals het zaad van de zaaier, kunnen wij even bij onszelf zijn, en ervaren hoe diep dat soort geloven ons aangaat. Maar we kunnen er ook aan voorbijgaan, of ervan verstrooid worden. 

Ik weet het, islam wordt door vele eigen navolgers verguisd, tot schande gemaakt of terreur – ik zal dat hier uitleggen op donderdag 20 juli – maar soms hebben gewone moslims woorden die van authentisch geloven spreken. Beroepshalve, als islamkundige, volgde ik sinds oktober op YouTube de oorlog omtrent Mossoel, in Irak. Puinhopen, schietpartijen, op de helm van soldaten een camera die u midden in de gevechten stort, slachtoffers, het was allemaal als het ware te zien “en direct”. Ook duizenden vluchtelingen met pak en zak, kinderen om de arm, ouderlingen strompelend of in een rolstoel vluchtend. Een vrouw kwam al huilend naar een journalist toe: we zijn gevlucht uit de hel, onze buren doodgebombardeerd, onze straat tot puin, scherpschutters die bleven schieten; we hebben niets meer dan natte klederen aan. En toen kwam totaal iets anders. Ze stokte even en zei: Al-Hamdu li-llâh: ondanks alles, ik blijf vertrouwen op God! In jaren Midden-Oosten, heb ik moslims in allerlei tragedies, zoals de plotse dood van een jonge zoon, dit woord horen uitspreken. Het is zo diepmenselijk en authentiek, omdat het ons laat aanvoelen wat heil en vrede, salve, salut, shaloom of salamu ‘alaykum en universele heils- en vredewensen ten diepste betekenen. 

Het zaad van de zaaier is als het woord van vertrouwen dat diep in ons hart is neergelegd; ondanks terreur, het leven overheerst de dood; ook het kruis! Het kan onderdrukt of verwaarloosd worden, zegt Jezus, laat uw hart niet verhard worden, dat ge wordt zoals zij die oren hebben en niet horen, ogen hebben en niet zien.

 

P. Herman

 

 

 

 

 

 Beluister de

 jubileumhymne

 

 

 

 

 

Jean Mossoux 

 

 

 

 

De Dominicaanse gemeenschap in Knokke

Sint-Dominicushuis | Sparrendreef 91 | 8300 Knokke-Heist

T 050 60 24 55 | E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.IBAN BE36 7380 1199 5181 | BIC KREDBEBB