Preek 9 juli 2017

Waar veel volk samenstroomt om een of ander schouwspel mee te maken of wanneer een mooie stoet door je straat passeert, is het altijd een voordeel als je wat groter bent.  Je kan dan over de schouders heen kijken van degenen die vlak voor je staan.  Je hebt een beter zicht op het gebeuren. Als je wat kleiner bent dan je omstaanders, is dat niet zo comfortabel. Maar wil je naar God kijken, dan is het net andersom.  Hoe kleiner je je maakt, hoe meer kans Hem op het spoor te komen. 

Daarom had Jezus zo’n uitzonderlijk uitzicht op God  en meer nog: ‘Wie Mij ziet, ziet de Vader’, zegt Hij. Hoe zo ?  Hij heeft zich letterlijk klein gemaakt of, zoals de Apostel het formuleert in zijn beroemde hymne: ‘Hij die bestond in goddelijke majesteit,...Hij heeft zichzelf ONTLEDIGT’ (Fil.2,6-7). Hij werd de slaaf die ons de voeten wast. Hij realiseert het portret van de profeet Zacharia dat we zojuist hebben beluisterd: ‘Zie, uw koning komt tot u, rechtvaardig en zegevierend. Hij is deemoedig, hij rijdt op een ezel’ (Zach.9,9). En inderdaad, zo stellen wij ons Jezus voor als wij op de vooravond van zijn kruislijden – op de zondag van Palmpasen – Hem eren. Hij is niet op een paard gezeten als een Albeheerser maar heel deemoedig op een ezeltje. Hij komt niet met strijdwagens, Hij breekt alle strijdbogen en verkondigt vrede. Hij is de omgekeerde koning.

Alleen als wij dezelfde weg gaan, hebben wij kans Jezus te ontmoeten en door Hem tot bij de Vader te worden geleid. ‘Niemand kont tot de Vader tenzij door Mij’ (Joh.14,6).  De mens moet zich klein maken om God te zien, want God zelf maakt zich klein om de mens te zien.  Dat blijkt herhaaldelijk in het Jezus-verhaal.  Herinner u hoe Hij zich laat benaderen door de publieke  zondares en in gesprek gaat met de overspelige vrouw,  hoe Hij de arme weduwe waaraan iedereen achteloos voorbijgaat, in evidentie plaatst, en hoe Hij de straatarme Lazarus de hemel in prijst. Zijn leven is werkelijk het verhaal van de omgekeerde waarden.

Als wij hier eucharistie komen vieren, sluiten wij ions aan bij de grote lofprijzing van Jezus die zijn Vader looft en prijst die zijn boodschap  niet bestemt voor wie zich wijs en verstandig achten m aar wel voor kinderen; dat wil zeggen: voor de kleinen en de weerlozen.  Jezus openbaart zich als de zachtmoedige en nederige. En zo luidt het in de zaligsprekingen: ‘Zalig de zachtmoedigen’.

Wat zou de wereld er anders uitzien als wij enkel zachte woorden zouden spreken en elkaar aankijken met met mildheid en ruim begrip. Hoe vaak roepen harde woorden op tot agressie en geweld, worden zij een aanzet tot enorme conflicten, soms op kleine schaal – in het gezin of in de buurt – en al te vaak op wereldschaal. Kunnen we niet beter op zoek gaan naar de kern van goedheid die verscholen zit in elk mensenhart ! Het Europa van vandaag is uitgedaagd en geroepen tot een grote beweging van gastvrij onthaal. Wie als een vreemdeling op ons afkomt, kan een vriend worden. Zonder naïef te zijn, moet dit onze grondhouding zijn omdat het gewoon fundamenteel verbonden is met onze geloofsovertuiging.

Ja, we moeten ons toeleggen op nederigheid. Soms is dat moeilijk, zeker in een tijd waarin een mens zoveel kan en zoveel in handen heeft. We willen altijd nog meer.  Hoe wonder dat onze weelde ons tot last kan worden en dat de kleinste en armste mensen soms nog het meest gelukkig zijn.  Alleen arme mensen kunnen      arme mensen helpen. Daarom zei Mother Teresa ooit bij haar bezoek in Gent: ‘Help mijn zusters arm te blijven!’.

Ook als kerkgemeenschap is nog veel te doen om onze menselijke categorieën om te keren. In Gods Kerk gaat het niet om meer of minder, om macht en bezit, om eer en aanzien. Er zijn alleen diensttaken. Moge de Heer die onze lasten op zich nam, ons blijven voorgaan op deze weg.

 

Peter D'Haese