Preek veertiende zondag door het Jaar

Wie het evangelie van vandaag alleen maar wat oppervlakkig doorloopt, krijgt zeker de indruk dat het hier gaat om een boodschap die de christengemeente in zichzelf opsluit: wie christen is of wordt, stelt zijn eigen identiteit als christen boven alles, tot zelfs zijn eigen vader en moeder. De vraag is dan of we dit evangelie wel goed hebben begrepen. In Egypte, waar ik de helft van mijn leven verblijf, staat op het formulier van de verblijfsvergunning dat ik katholiek-christen ben. Christen zijn behoort dan tot mijn particuliere identiteit. Sommigen zwaaien daarmee als middeleeuwse ridders met hun schild, hun eigen embleem, zoals sommigen bij een terreuraanval roepen dat God groot is – Allâhu akbar!

In de Antwerpse kathedraal bewonderen duizenden toeristen de meesterwerken van Rubens, de kruisiging en kruisafneming... Vraagt men zich dan ook af waarom die Jezus, met zijn geliefde moeder Maria, en zijn apostel Johannes aan de voet van het kruis, dan wel die kruisdood vrijwillig heeft ondergaan? Toch niet om een nieuwe politieke beweging op te zetten ter bevrijding van zijn volk tegen de oppressie van de Romeinen? Een doel waar hij alles voor over had, tot en met de kruisiging? Zoals de zeloten, de oprichting van een Front voor de bevrijding..., zoals men het tegenwoordig zou kunnen noemen? De gemeenschap van christenen als gelovigen is geen politieke organisatie, christen zijn is geen particuliere  identiteit, een eigen groepsbewustzijn; het is een gelovig engagement dat grenzen overschrijdt. 

Enkele tijd geleden kwam ik in Brussel voorbij de Grote Synagoge in de Regentschapsstraat. Mijn aandacht werd getrokken door de woorden die geschreven staan boven beide ingangspoorten: “Hebben wij niet allen eenen Vader? Heeft niet één God ons geschapen? Dit is een citaat van de laatste van de kleine profeten van het Oude Testament, en dus ook van de Joodse Tenach, Maleachi 2:10. De uitdrukking “één Vader” heeft mij getroffen, want dit is, zoals de lezers van de evangelies wel weten, de manier waarop Jezus zich richtte tot God. 

Dit citaat aan de ingang van een synagoge, bracht mij echter ook tot een andere beschouwing. Een tijd geleden ontmoette ik een Syrische vluchteling in het Noordstation in Brussel; hij stond wat verloren te kijken naar het grote bord van de vertrekkende treinen... Hoe dan ook, ik kon de jonge man in het station het perron aanwijzen voor de trein naar Brugge; zijn naam was Muhammad, hij kwam van Aleppo en ik had het dossier herkend dat hij in de hand had van de Dienst voor vreemdelingen. Wij namen afscheid in enkele woorden. 

Later kwam bij mij de vraag op: wie was hij? Vrienden aan wie ik deze ontmoeting vertelde vroegen mij of ik wel zeker was dat die Muhammad geen djihadist was; anderen zegden mij: “Je hebt een mens ontmoet in nood, en je hebt hem op weg gezet”. Ik dacht toen: zegt mij dat iets meer over hem? Is het begrip “mens” niet een abstractie van alles wat zijn eigen identiteit uitmaakt? Had hij mij niet gezegd dat hij ontsnapt was uit een tot puin gebombardeerde wijk? Dat hij alleen stond als vluchteling, alleen maar arabisch sprekend, ietwat verloren in een vreemde wereld die helemaal de zijne niet was, niet zijn bekende omgeving van Aleppo? Was dat niet eerder een veel concreter realiteit die zijn verdere leven bepaalt, dan eenvoudigweg te zeggen dat hij “een mens” is? Kan ik eigenlijk abstractie maken van al dat particuliere dat elke mens kenmerkt als zelfstandige persoon? Is hij niet “als mens”, het geheel van deze veelvoudige eigenheden die hem kenmerken?

Wanneer men tegenwoordig de vele opiniestukken van de kranten leest, en met aandacht de politici beluistert, dan kan het ons niet ontgaan  dat ons Westers denken en doen precies op dit punt niet meer weet waar we naartoe gaan. Men verwijst dan uiteindelijk naar de Universele Verklaring van de Rechten van de mens. Maar is het niet daar dat het klemt? De Verklaring zegt letterlijk dat discriminatie niet kan op het gebied van van “ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status”. Maar is het niet precies met deze kenmerken dat een mens zich inleeft in zijn wereld en in zelfbeschikking zich ontvouwt, als persoon? En is “godsdienst” in die reeks dan niet inderdaad een eigen cultuurvorm, een particuliere identiteit die mij distancieert van anderen, eerder dan bruggen slaat naar anderen toe? Maar is er dan nog iets universeels dat het particuliere  van de individuen overstijgt en ze tot mensengemeenschap verbindt?

Jezus werd door de schriftgeleerden en wetgeleerden veroordeeld en gekruisigd omdat hij de enge interpretatie van de religieuze Wet van zijn tijd voortdurend doorbrak, verwijzend naar de goddelijke transcendentie van Zijn Vader: “Hebben wij niet allen eenen Vader? Heeft niet één God ons geschapen?

Wij leven met onze individuele en collectieve eigenheden van “ras, kleur, geslacht, taal, ... enz.”, en in die eigenheden zijn we van mekaar grondig verschillend, maar in de transcendentie van onze goddelijke oorsprong, van die ene God en Vader, kunnen we mens zijn, of we nu Mohammed heten of Emilio, of Isabelle of Khadidja of Esther. 

Sommigen zeggen dat de rede de mensen gemeenschappelijk is; dat is waar: laat die rede ons dan leiden om in al onze verschillen een redelijke en vreedzame wereld op te bouwen; maar volgens mij kunnen we dat alleen maar als we die diepere goddelijke oorsprong van ons menszijn erkennen die ons wezenlijk verbindt met elkaar. 

Toen Jezus er niet meer was, werden zijn discipelen en apostelen heel vlug geconfronteerd met de vraag hoe zich te verhouden tot de religieuze en culturele traditie waaruit zijzelf en Jezus in het bijzonder, waren gegroeid. Jacobus, Petrus en Paulus en de gemeenschap van Jerusalem kwamen daarover in debat. Maar heel snel kwam het antwoord. En niemand beter dan Paulus heeft het klaar en duidelijk gesteld, wanneer hij zegt: “Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Jezus Christus” (Gal 3: 18). Dat wil helemaal niet zeggen dat er geen Joden of Grieken meer zijn, of mannen of vrouwen, of zelfs sterk onderscheiden rituele tradities onder christenen, maar dat er wél een fundamentele band bestaat tussen ons die de menselijke eigenheden overschrijdt.

Wie vanuit die relatie tot God leeft, zich zo engageert, heeft de bron gevonden die hem  tot mens maakt, en hem in zijn eigenheid vrij maakt om in diversiteit en in alle redelijkheid een wereld op te bouwen waarin gerechtigheid en vrede de menswaardigheid van ieder mens garandeert. 

Dit soort relatie tot God, zijn Vader, en de openheid die ze meebrengt tot de medemens, als grond, fundament van authentisch menszijn, kon Jezus onder geen omstandigheden afzweren, zelfs niet als hem het kruis te wachten stond. In dat geval zouden alle relaties onder individuen inderdaad aan  “menselijkheid” verliezen: ook die van vader en moeder, broers en zusters... Want het is op basis van de relatie tot die ene Vader dat onze particulariteit loskomt van zelfgenoegzaamheid en opgetilt wordt naar menswaardigheid. 

Fr. Emilio Platti o.p.

 

 

 

 

 

 Beluister de

 jubileumhymne

 

 

 

 

 

Jean Mossoux 

 

 

 

_________________ 

 Commentaren bekijken

_________________

 

Citaat commentaar Etienne Leirman

 

" Zijn doelpubliek is een steeds groter wordende groep die zich niet meer door de traditionele taal en leer aangesproken voelt of zelfs helemaal van vervreemd is. "

 _________________

 

 Citaat commentaar Sofie Foets 

 

"Het boekje “genoeg, gooi het over een andere boeg” was voor mij dus eigenlijk een leuke herinnering aan die kindertijd. Ik heb er  –  tot mijn verbazing – echt van genoten. Ik beleefde een soort van “aha-erlebnis” toen ik het las."

 _________________

 

Citaat commentaar Mieke Morlion

 

"Hij doorworstelt zijn scepsis ten aanzien van de figuur van Jezus via het evangelie van Matteüs. De teksten die hij dan verder doorploegt, bieden een rijk pakket aan christelijke inzichten."

 

 

 

De Dominicaanse gemeenschap in Knokke

Sint-Dominicushuis | Sparrendreef 91 | 8300 Knokke-Heist

T 050 60 24 55 | E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.IBAN BE36 7380 1199 5181 | BIC KREDBEBB