Pinksteren 2017

Vandaag, de vijftigste dag na Pasen, houd ik even geen conventionele, typische of homiletische Pinksterpreek. In een eigen en persoonlijk getuigenis wil ik terugkijken naar de toch wel heel bewogen voorbije twee maanden. Bewogen omwille van de ingrijpende veranderingen die zich in onze Dominicaanse leefgemeenschap hier te Knokke hebben voorgedaan. Want dit deed een diepe bezorgdheid ontstaan over de Dominicaanse aanwezigheid  en de pastorale dienstverlening in het door u allen geliefde Zoute-kerkje.

Mijn getuigenis raakt aan wat in de hele periode, vanaf de Goede Week tot en Pinksteren, aan de orde is. Het gaat om het hart, de kern van ons geloof : in kracht van de Geest opstaan uit duisternis /dood  om nieuw leven te  vinden. 

 

Dit getuigenis wil ook tegemoet komen aan de vraag die bij velen van jullie leeft : hoe moet het verder nu slechts één Dominicaan de uiteenlopende taken op zich moet nemen en verantwoordelijk  geacht wordt voor het verder zetten van de kerkelijk-liturgische dienstverlening.

Ik mag en wil niet vasthouden aan de illusie dat er vlug , in een heel nabije toekomst, continue of vaste  hulp van een medebroeder zal komen. Maar toch heb ik het vertrouwen dat er aan de verre horizon enige lichtpunten aanwezig zijn. De loopplank naar de nog wat versluierde horizon bestaat echter uit geduld, vertrouwen, volharding, enthousiasme en optimisme.  Die weg probeer ik te gaan, in het besef dat “het kleine meisje hoop” mij heel nabij is.

 

Wat zien we als we even achterom kijken naar de voorbije drie maanden?

P. Jos was dit jaar langzaam aan het  verzwakken, zozeer zelfs dat in maart een opname in het ziekenhuis noodzakelijk werd. Naderhand vond hij, omwille van zijn zorg-afhankelijkheid, opvang en onderdak in een Woon en Zorg - Centrum.

Op 3 april confronteerde het plotse en onverwachte overlijden van P. Stef mij met de levensgrote, aanvankelijk beangstigende vraag : Wat nu?

In het weekend van 6/7 mei getuigde P. Gerard voor de kerkbezoekers dat hij afscheid zou nemen omdat hij zich zwakker voelde worden. Sinds de herfst van 2016 was het voor hem niet  meer mogelijk nog te functioneren in de kerkelijk-liturgische diensten. Het werd voor P. Gerard geleidelijk aan duidelijk dat een andere plek aangewezen was voor een rustige levensavond.

Zo veranderde, in een korte tijdspanne, door het vertrek van P. Jos, het sterven van P. Stef en het verhuizen van P Gerard onze Dominicaanse leefgemeenschap grondig van aanzien.

Sinds twee maanden blijf ik, bij alles wat op mij afkomt, de pastorale dienst-verlening hier in het Zoute-kerkje verzekeren. Dankzij de spontane hulp van leden van de Dominicaanse familie en vooral  gesteund door een andere, maar reëel-voelbare aanwezigheid van P. Stef had ik tot nog toe voldoende kracht en motivatie, om stap voor stap, met pijn en verdriet, verder te gaan. Het is alsof P. Stef de Heer Jezus nazegt : “Ik laat je niet verweesd achter, ik ben met u”. Dat durf ik een verrijzenis- ervaring te noemen die al vooruitgrijpt naar  Pinksteren waarbij de kracht van de Geest rakelings nabij komt en voelbaar wordt. En zulke ervaring geeft mij de kracht om in het leven, met zijn goede en zijn kwade dagen, te volharden en de toekomst open tegemoet te zien.

 

Bij het diepe verdriet en de onnoembare pijn om het heengaan van P. Stef is er in mij ook diepe dankbaarheid om wie hij was en wat hij voor de aanwezigheid van de Dominicanen hier te Knokke heeft betekend. Wat nu, voor mij in het bijzonder een  heel intense betekenis krijgt. Vele kerkbezoekers hebben mij na het plotse sterven van P. Stef toegezegd op een of andere manier te willen helpen opdat dit Zoute-kerkje, deze oase van rust en stilte, deze plek van inkeer en gebed, door de bescheiden Dominicaanse aanwezigheid zou kunnen blijven bestaan. Het vertrek van P. Jos en P. Gerard en het sterven van P. Stef : het heeft jullie allen sterk aangegrepen en beroerd. Daaruit bleek ook hoe sterk u verbonden zijt met deze unieke plek in het Zoute. Voor zovelen is deze plek een ankerplaats waar men even mag komen aanleggen.

 

De bemoedigende bereidwilligheid en de oprechte hulp van de leken van onze Dominicaanse familie te Knokke, hun inzet en zorg voor het continueren en het verder uitbouwen van een open warme kerk/geloofsgemeenschap stemt mij tot dankbaarheid en is tegelijk een bron waaruit ik kracht put. 

Ik eindig met een wens, heel mooi verwoord in een kerklied:

“ Dat het licht in ons mag blijven branden,

’t laaiend vuur, het dove niet.

God draagt ieder mensenkind op handen”,

looft zijn Naam met een vreugdelied”.