Beloken Pasen

Evangelie van Johannes. 20,19-31.

Het evangelie is overbekend. We hebben er een gezegde aan over gehouden. 'Jij, ongelovige Thomas’! Een beetje afkeurend, in de zin van: wat ben je hardleers.

Wie het verhaal enkel op die manier interpreteert, doet Thomas diep onrecht aan. Wellicht doen we er goed aan Thomas in ere te herstellen.

Johannes schreef dit verhaal aan het eind van de eerste eeuw,- meer dan vijftig jaar na de dood van Jezus - in de grote cultuurstad Efese , een smeltkroes van diverse geloofsovertuigingen.

In een tijd dat er geen ooggetuigen meer waren, dat er niemand meer was die Jezus nog had gekend,

laat staan iemand die een verschijning na zijn dood had waargenomen. 

Johannes maakt duidelijk, wat er gebeurt als volgelingen samen komen op de eerste dag, zoals wij iedere week. Dan is de Heer in ons midden en hij zegt: "Vrede".

 

Johannes geeft Thomas een bijnaam Didymus: de Tweeling.

Johannes schrijft dat niet voor niets. Er waren eigenlijk twee kanten aan Thomas, aan de ene kant een gelovige, maar ook een ongelovige, een rusteloze kant,  waarbij de laatste soms overheerst. Een beetje zoals bij velen van ons.

 

Thomas is dus aan de ene kant een trouwe leerling van Jezus, een authentiek gelovige.

In het evangelie van Johannes staat er dat Thomas er bij was wanneer Jezus het nieuws ontving van de ziekte van Lazarus en het voornemen had naar Judea te gaan. Het was erg gevaarlijk, want er waren toen al plannen om Jezus te doden. Thomas toont zich dus solidair met Jezus : “Laten wij gaan om met hem te sterven.” Zijn antwoord wijst op zijn sterke verbondenheid met Jezus. 

Thomas is met de andere leerlingen, tijdens laatste avondmaal in de bovenzaal en hoort Jezus daar spreken over zijn heengaan Thomas geeft toe dat hij Jezus niet verstaat. Hij stelt een vraag aan Jezus: “Heer, wij weten niet waar u heengaat, hoe moeten wij dan de weg kennen?” Jezus geeft daarop deze sterke uitspraak: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij."

Kunnen we Thomas ook niet zien als diegene die het niet kon verwerken dat die Jezus, die hij van nabij was gevolgd en die zijn grote voorbeeld geworden was, zó aan zijn einde kwam? 

Dikwijls begrijpen wij Hem ook niet. Laten we dan de moed hebben om te zeggen: "Ik begrijp u niet, Heer, luister naar mij en help mij U te begrijpen." Op zo'n manier, met deze vrijmoedigheid, - die de juiste manier is om te bidden, om met Jezus te spreken -, brengen we tot uitdrukking dat wij nauwelijks in staat zijn Hem te begrijpen, maar tegelijkertijd brengen wij ons in de houding van vertrouwen die hoort bij iemand die licht en kracht verwacht van Degene die in staat is die te geven.

Misschien is Thomas een heel moderne gelovige, een gelovige van onze tijd. Hij had tijd nodig om de gebeurtenissen van de laatste tijd op een rijtje te zetten. Tijd om met zichzelf in het reine te komen.  Thomas worstelde met zijn geloof in Jezus....dat is zijn andere kant. Is dat ook niet heel herkenbaar voor ons? 

 

Thomas  zit met veel vragen, en gelooft zelfs de andere apostelen, zijn vrienden, niet ...MAAR...Jezus komt Thomas in zijn ongeloof tegemoet. 

We zien dat Jezus respect had voor het verlangen van Thomas. Jezus veroordeelde zijn zoeken naar feiten niet, integendeel, hij nodigde hem uit zijn wonden te bekijken en aan te raken. 

Aanraken, het is eerste en laatste gebaar in elk leven. Het is het eerste gebaar bij de geboorte van een kind. Ouders en bezoekers strelen de wang van het pasgeboren kind.

Het is ook het allerlaatste gebaar van familieleden bij een stervende of een pas gestorvene. Langs de huid hebben wij contact met anderen. 

Deze ontmoeting kan juist voor de huidige vragende en door twijfel geplaagde mens van betekenis zijn. Want we zijn allen op een bepaalde wijze als deze ongelovige Thomas. Zoals Thomas willen ook wij dikwijls niet gewoonweg geloven op het woord van iemand anders. Zoals Thomas vinden wij de weg naar het geloof pas in de persoonlijke ontmoeting.

Heel belangrijk in dit evangelie is hoe Jezus wordt beschreven.

Jezus verscheen niet als een lichtgestalte, gaaf en glanzend. Niet als een superstar, geen superlatieven. Hij wordt niet herkend aan ongerepte gaafheid, maar aan die wonden.

Thomas herkent de Heer aan zijn wonden.

Wat er niet had moeten zijn, is tot een teken geworden.

Van wonde naar wonder.

De verrezen Christus die de leerlingen te zien kregen was geen engel of een fee, maar de gekruisigde Jezus. Door mensen verworpen. 

Er is in de eucharistie geen consecratie zonder breking. De gebrokenheid getuigt voor Hem.

Jezus kwam in hun midden en zei: “Vrede zij u.”

Ook als er sprake is van vrede, sjalom = volledigheid, alles bij één gebracht, dan draagt die vrede sporen van de nood en strijd die eraan vooraf gingen. Dat wordt niet weggenomen. Niets wordt weggenomen, alles wordt aanvaard en verzoend.

 

Daarom moet Thomas, moeten wij Thomas, Hem aanvaarden en aldus verzoenen met ons eigen verleden. Wij moeten Hem een hand durven geven, zijn gekwetste hand aannemen en zeggen : "Mijn Heer en mijn God."

Niet tegen een ideale gestalte moeten wij dat zeggen

Niet tegen een onkwetsbare reus, tegen een gelittekende, een doodgemartelde.

Het is Christus aan te zien dat hij bij de minste der broeders wil gerekend worden.

Alleen als de minste, wou hij de meeste zijn.

Alleen gebroken herstelt hij de eenheid. 

De opgestane Verrezene wordt herkend aan zijn wonden.

 

Het is een steeds terugkerende bezinning die zich opdringt. Heel de geschiedenis door heeft men de nederige figuur van Jezus van Nazareth, de mensenvriend, proberen weg te duwen ten voordele van de pantocrator, de wereldheerser, met aanspraak op dé waarheid, met het opleggen van de waarheid desnoods met geweld.

Als er verrijzenis is, dan moet het gaan om de door wonden getekende Jezus. Daar houdt Thomas aan vast. En gelijk heeft hij!

Dit prachtig stukje evangelie is een verhaal dat werkelijk onder je huid gaat kruipen. De grote hoop op het eeuwige leven wordt in het huidige leven ook altijd weer bemiddeld door "aanraking" als teken van de grote liefde en toewending van God naar de mens. 

Het evangelie gaat dus niet over lang geleden, maar over ons, nu, -die Jezus niet zien-en toch geloven.

De eerste dag van de week; dat is vandaag. De leerlingen zijn bij elkaar; dat gaat over ons. De deur is wel niet op slot, maar we zonderen ons toch wel af van de wereld, zeker nu, een wereld waar onze Kerk en onze diepe overtuiging onder vuur ligt.

En dan, zegt Johannes: “Staat de Heer plots in ons midden.”

Is het dat niet waarvoor wij naar hier komen? Is het dat niet wat wij proberen te geloven? Dat in het breken van het brood Jezus onder ons is, de Verrezene?

Paus Franciscus roept ons op om Apostelen van barmhartigheid te zijn. Dat betekent het aanraken en liefkozen van de wonden die ook vandaag aanwezig zijn in het lichaam en de ziel van zo velen van zijn broeders en zusters. Door deze wonden te verzorgen belijden wij Jezus, brengen wij Hem aanwezig en levend; laten wij anderen zijn barmhartigheid aanraken, Hem als Heer en God erkennen, zoals de apostel Thomas. Dat is de zending die ons werd toevertrouwd. 

Een week lang heeft Thomas als een diepongelukkig man in duisternis gezeten.

Nu wordt hij te voorschijn geroepen, zoals het licht eens geroepen is.

Ook wij moeten ons kaarsje bij de paaskaars houden en licht gaan dragen.

Aangestoken door de Heer moeten wij het moeilijke rusteloze leven in.

 

Het is iedere zondag de zondag van Thomas. Iedere zondag wordt ons een teken gegeven. Iedere zondag wordt ons een bladzijde gelezen van een Blijde Boodschap.

Van wonde naar wonder.

 

Guido Verhaeghe

21 april 2017

 

  • Met dank aan Willem Barnard, uit zijn boek " Stille omgang" - notities in het dagelijks verkeer met de Schriften.

 

 

 

 

 

 

 

 Beluister de

 jubileumhymne

 

 

 

 

 

Jean Mossoux 

 

 

 

_________________ 

 Commentaren bekijken

_________________

 

Citaat commentaar Etienne Leirman

 

" Zijn doelpubliek is een steeds groter wordende groep die zich niet meer door de traditionele taal en leer aangesproken voelt of zelfs helemaal van vervreemd is. "

 _________________

 

 Citaat commentaar Sofie Foets 

 

"Het boekje “genoeg, gooi het over een andere boeg” was voor mij dus eigenlijk een leuke herinnering aan die kindertijd. Ik heb er  –  tot mijn verbazing – echt van genoten. Ik beleefde een soort van “aha-erlebnis” toen ik het las."

 _________________

 

Citaat commentaar Mieke Morlion

 

"Hij doorworstelt zijn scepsis ten aanzien van de figuur van Jezus via het evangelie van Matteüs. De teksten die hij dan verder doorploegt, bieden een rijk pakket aan christelijke inzichten."

 

 

 

De Dominicaanse gemeenschap in Knokke

Sint-Dominicushuis | Sparrendreef 91 | 8300 Knokke-Heist

T 050 60 24 55 | E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.IBAN BE36 7380 1199 5181 | BIC KREDBEBB