Tweede zondag van de Veertigdagentijd

Pelgrimstocht Jezus achterna

Wie ooit als pelgrim het Heilig Land bezocht, heeft alvast de berg Tabor opgegaan. Wat een opvallend verschil van deze berg met de Olijfberg of de Sionsberg in Jerusalem. Als een enorme kaasstolp rijst de Taborberg op uit het vlakke landschap. Een steile berg, moeizaam te beklimmen, maar eens de top bereikt een verrukkelijk uitzicht en vredige stilte. Een onvergetelijke ervaring voor wie openstaat voor de schoonheid van de natuur. Het moet ook Petrus, Jacobus en Johannes aangegrepen hebben. dan kan je best begrijpen waarom Jezus juist deze plek uitgekozen heeft om zich in zijn heerlijkheid te tonen en waarom Petrus onmiddellijk bereid was er drie tenten op te slaan om blijvend te genieten van deze zalige stilte in het gezelschap van deze voorname personen.

Het Taborverhaal met de verheerlijking van de Heer is in zekere zin de voorafbeelding van de weg die wij te volgen hebben en waartoe de veertigdagentijd ons uitnodigt. Dit verhaal tekent op een merkwaardige manier de spirituele weg uit die elke leerling van Jezus moet volgen. 

Bij het beklimmen van een berg is onze aandacht volledig toegespitst op de weg met zijn kronkelende en verraderlijke bochten, is er ook de aangehouden inspanning de gids te volgen.

Pas na de beklimming, op de top van de berg, toont zich de oneindige horizon in al zijn pracht.

In de Veertigdagentijd gaat het evenzo. Om de morgen van Pasen te bereiken moeten we eerst Jezus volgen op de weg van het lijden en het kruis. Maar de beklimming van welke berg ook houdt altijd in dat je terug naar beneden moet. Zoals eertijds Mozes en Elia, de getuigen van Jezus' verheerlijking, zullen ook de leerlingen de berg moeten afdalen, terug gaan naar de vlakte. Zij zullen er de mensen terugvinden met hun zorgen en problemen. Nadat Mozes de Tafels van de Wet ontvangen had, moest hij de berg afdalen om er het volk van Israël terug te vinden. Volk dat zich intussen van God had afgekeerd om een gouden kalf te vereren. Eenzelfde scenario bij Elia. Na een sterke ervaring van de nabijheid van de Onzegbare in het zachte suizen van een bries, is Elia naar de machthebbers toegegaan om het onrecht aan te klagen. Boven op de berg mogen Petrus, Jacobus en Johannes hun tenten niet opslaan. Zij moeten weer naar beneden, de berg afdalen en met Jezus verder op weg gaan naar Jerusalem. Dit gaat ook voor ons op.

Als God zich even laat zien, als Jezus' gelaat oplicht, als hij ons nabij komt , is het niet opdat wij er zouden blijven toeven, niet opdat wij onze taak zouden laten varen, onze zending zouden laten schieten. Als Hij tot ons komt, is het opdat wij, op onze beurt, zouden op stap gaan, zoals Abraham gedaan heeft toen hij de roepstem van God hoorde. Alles wat een mens dierbaar is, moet hij achter zich laten. Geloof is roeping. Geloof is getuigenis.

Op deze tweede zondag van de Veertigdagentijd staat de berg van de Verheerlijking symbool, is hij oproep. Is ons bestaan niet een opeenvolging van bergtochten, dikwijls opwindende en ver-leidelijke tochten, maar soms ook vrij lastig en beangstigend. Onze levensweg wordt getekend door momenten van intense vreugde en volheid van leven, afgewisseld door sombere tijden van  wegzinken in moedeloosheid en stil verdriet. Zoals Mozes en Elia, zoals de leerlingen, kunnen ook wij ons niet blijvend vestigen in de sereniteit van een eenzame plaats. In navolging van Abraham, en van alle mannen en vrouwen in het geloof, moeten wij de berg afdalen en op tocht gaan.

Want ons geloof is een pelgrimstocht, een trektocht, de weg naar vrijheid, Jezus' achterna, onze Heer en Leermeester.

Fr. Stef.

  • Met dank aan Dom Guillaume

 

 

 

 

 Beluister de

 jubileumhymne

 

 

 

 

 

Jean Mossoux 

 

 

 

 

De Dominicaanse gemeenschap in Knokke

Sint-Dominicushuis | Sparrendreef 91 | 8300 Knokke-Heist

T 050 60 24 55 | E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.IBAN BE36 7380 1199 5181 | BIC KREDBEBB