Eerste zondag van de Veertigdagentijd

“… van ieder woord dat komt uit Gods mond.”

Jezus was fundamenteel een mens zoals u en ik, geen superman verheven boven elk menselijk verlangen.    De bekoringen in de woestijn staan mede symbool voor het inwendig gevecht dat Jezus zijn hele leven lang heeft gevoerd.  Daarom ook laat Mattheus voorbijgangers tot onder het kruis de vraag stellen:” Als Gij de zoon van god zijt, kom dan van het kruis af.”   Bekoringen zijn inherent aan het leven, ook aan dat van Jezus.   Belangrijke vraag is dan waar Jezus de innerlijke krachtbron haalde waarmee hij die bekoringen keerde.    Het evangelie van vandaag geeft ons enkele aanzetten. 

 

Een eerste krachtbron waaruit Jezus kon putten was zijn vertrouwdheid met de Schrift.

Jezus countert elke bekoring met de woorden “Er staat geschreven…” telkens gevolgd door een citaat uit de Tora.   Hij plaatst zich hier in de typisch Joodse manier om met de Tora om te gaan zoals we dat terugvinden in de Talmoed.  De Talmoed is een reeks geschriften waarin de commentaren op de bijbel en de gevoerde discussies daarrond zijn opgeslagen.  Het vormt zo  een brede bron van interpretaties van de Tora, een vorm van voortdurend herlezen.   Eigen aan Jezus is nu dat hij zich als vrome jood wel inschakelt in dat herkauwen van de Schrift  maar dat het hem brengt tot een nieuw zelfverstaan:  hij leest de Tora blijkbaar vanuit zijn eigen godservaring en leest in de Schrift de bevestiging van zijn eigen messiaanse opdracht.   Wie het evangelie van vandaag wat dieper bestudeert, ziet hoe Mattheus dat nieuw zelfverstaan van Jezus in de verf zet.   Door allerlei impliciete verwijzingen naar Bijbelteksten laat hij zien hoe Jezus zichzelf ervaarde als een nieuwe Mozes, een nieuwe Adam, een nieuw Israël.

De vertrouwdheid van Jezus met de Schrift als de eerste innerlijke krachtbron.

 

Een tweede krachtbron is het gebed.    Het evangelieverhaal startte met: “Daarna werd Jezus door de Geest naar de woestijn gevoerd…”   De woestijn staat hier symbool voor “een eenzame plaats om te bidden”.    Jezus vond het gebed in zijn leven zo belangrijk dat hij zijn leerlingen er ook expliciet over onderrichtte.   Op Aswoensdag hoorden we de woorden uit hoofdstuk 6 van Matteus: “Als gij bidt, ga dan in uw binnenkamer, sluit de deur achter u en bidt tot uw vader die in het verborgene is…”.   En vandaag zegt hij ons: “Niet van brood alleen leeft de mens maar van ieder woord dat komt uit Gods mond”.    Bidden blijkt voor Jezus even essentieel als het dagelijks brood.   

Het gebed: zonder twijfel voor Jezus een blijvende, innerlijke krachtbron.

Een derde krachtbron is het beeld van de levende god dat in Jezus is gegroeid net vanuit het lezen van de Schrift en vanuit zijn bidden.    Zijn vertrouwdheid met Jahweh was voor Jezus zo sterk dat hij hem “Abba” ging noemen, vader en moeder tegelijk, een heel eigen invulling van de naam “Ik ben die er zal zijn”.   Wie die aanspreking durft gebruiken, weet en voelt dat die god niet dient als stoplap in nood om bijvoorbeeld stenen te veranderen in brood.   Hij weet en voelt evenzeer dat je die god niet voor je karretje spant om je hachje te redden,  dat die god geen concurrent is die je uitdaagt.   

 

Drie krachtbronnen hebben we aangehaald vanuit de lezing van het evangelie van vandaag.      De vertrouwdheid van Jezus met de Schrift en de eigen plaats die hij in dat verhaal met god innam; zijn bidden, gebaseerd op intimiteit en wederkerigheid en tenslotte ook de intuïtie over wie zijn god voor hem kon zijn.  In deze veertigdagentijd  kunnen ook wij proberen te putten uit diezelfde bronnen om zo sterker te gaan in zijn spoor.

We kunnen ons verdiepen in de Schrift, het maken tot een leerboek over de geschiedenis van god met zijn volk.  Het maken ook tot een leerboek  over ónze geschiedenis met onze god en op die manier tegelijk ook onze eigen schrift schrijven.  

We kunnen deze veertigdagentijd maken tot een oefentijd van gebed.    Misschien is bidden voor ons vreemd of moeilijk of onwennig.    We kunnen allereerst naar Jezus zelf luisteren hoe we kunnen bidden en al doende ervaren hoe god zelf de eerste is om ons in het gebed tegemoet te komen.

We kunnen  ook uitdrukkelijker stilstaan bij hoe wij kijken naar onze god.   Misschien dromen ook wij wel van een god die stenen in brood verandert, van een god die zich stelt in onze dienst.    Net als Jezus kunnen ook wij door  het overwegen van de Schrift en het regelmatig gebed dergelijke bekoringen op het spoor komen en beteugelen.   Zo kan ook in ons die innerlijke ruimte groeien waarin we steeds verder uitzuiveren wie onze god voor ons wil zijn.  

Moge het lezen van de schrift en het gebed ons in die zoektocht vergezellen, veertig dagen lang.

 

 Jef Schoenaerts.

 

 

 

 

 Beluister de

 jubileumhymne

 

 

 

 

 

Jean Mossoux 

 

 

 

_________________ 

 Commentaren bekijken

_________________

 

Citaat commentaar Etienne Leirman

 

" Zijn doelpubliek is een steeds groter wordende groep die zich niet meer door de traditionele taal en leer aangesproken voelt of zelfs helemaal van vervreemd is. "

 _________________

 

 Citaat commentaar Sofie Foets 

 

"Het boekje “genoeg, gooi het over een andere boeg” was voor mij dus eigenlijk een leuke herinnering aan die kindertijd. Ik heb er  –  tot mijn verbazing – echt van genoten. Ik beleefde een soort van “aha-erlebnis” toen ik het las."

 _________________

 

Citaat commentaar Mieke Morlion

 

"Hij doorworstelt zijn scepsis ten aanzien van de figuur van Jezus via het evangelie van Matteüs. De teksten die hij dan verder doorploegt, bieden een rijk pakket aan christelijke inzichten."

 

 

 

De Dominicaanse gemeenschap in Knokke

Sint-Dominicushuis | Sparrendreef 91 | 8300 Knokke-Heist

T 050 60 24 55 | E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.IBAN BE36 7380 1199 5181 | BIC KREDBEBB