Zesde zondag door het Jaar A

Mt. 5, 17 - 37.

Het kan niemand ontgaan dat reeds enige tijd in verschillende Europese landen  ook daarbuiten politieke boodschappen klinken die aansturen op een breuk met het verleden, op discontinuïteit. Dikwijls staan in zulke boodschappen keuzes en beslissingen centraal waarbij de eigen natie prioritair wordt gesteld.

 

Van een heel andere orde is sinds eeuwen de joods-christelijke boodschap die over alle grenzen en muren tussen volkeren, talen en naties heen reikt. 

Voor een paar weken hoorden wij een fragment van deze boodschap waarin mensen zalig, gelukkig worden genoemd als zij zich barmhartig en zachtmoedig inzetten voor een menswaardig, vredevol, open en tolerant samenleven.

 

Met de evangelietekst van deze zondag bevinden wij ons bij het kernstuk, het hart van de boodschap waarmee Jezus zijn openbare leven begon. Wij hoorden een fragment uit de rede op de berg waarin Jezus de continuïteit met wat vroeger is gezegd en geschreven benadrukt. Hij verklaart daarin zijn houding tegenover “ Wet en Profeten “ Tot viermaal toe zegt Hij “ Gij hebt gehoord dat tot de voorouders is gezegd…” … “ Maar Ik zeg u …” Dat hoeft helemaal niet te wijzen op discontinuïteit. Evenmin stuurt Jezus aan op een breuk. Enerzijds staat Hij honderd procent in de lijn van de oud-testamentische Tora en anderzijds begint met Hem iets totaal nieuws.

 

Er is geen tegenstelling tussen “wat tot de voorouders is gezegd” en wat Jezus verkondigt. Hij trekt alleen de woorden van de Tora radicaal door. Radicaal, in de letterlijke betekenis van het woord : “tot op de wortel” of nog “zoals in oorsprong bedoeld”. 

Die Wet bevat de tien leven-gevende woorden die Mozes op de Sinaï ontving.  

Het gaat om woorden die ons genoegzaam bekend zijn als de tien geboden. Wie deze woorden, bedoeld als leefregels en richtingwijzers, ter harte nemen zij zijn het zout der aarde, het licht voor de wereld. Daartoe wilde de Tora de richting aanwijzen. 

 

Jezus geeft aan dat de wortel van het kwaad niet ligt in de uiterlijke daad, maar in de innerlijke houding, in het hart van de mens. 

- Niet bij moord begint het kwaad, maar bij toorn die wortel zich in het hart van de mens heeft genesteld.

- Niet bij echtbreuk begint het kwaad, maar bij de begerige blik die de ander tot object maakt.

- Niet uit dure eden moet de waarheid van onze woorden blijken, maar ons spreken moet altijd waarachtig zijn.

En de zeer radicale woorden i.v.m. het rechteroog of de rechterhand die tot zonde dreigen te brengen, willen niets anders zeggen dan dat het kwaad in de wortel moet worden aangepakt.

 

Voor een goed begrip van deze eerder weerbarstige evangelietekst is het goed te weten dat voor Jezus “gerechtigheid” niet is : beantwoorden aan wetten en normen maar wel : je leven niet op jezelf maar op de anderen oriënteren, zó leven dat de ander er beter van wordt. Gerechtigheid doen betekent dan : keuzes maken waarbij het zwaartepunt ligt in het heil van de medemens.

 

Al kunnen sommige woorden in het gelezen evangeliefragment ons aanstoot geven of kras in de oren klinken, ze willen aangeven dat het Jezus te doen was om de diepste intenties van de Tora.

Met haast programmatische woorden wilde Hij tijdens zijn rede op de berg het hart, de kern van zijn boodschap in continuïteit plaatsen met wat vroeger in “Wet en Profeten” was gezegd.

Het is aan ons christenen om borg te staan voor deze continuïteit door in ons spreken en handelen te blijven waken over de zuiverheid van onze intenties.

 

 

 

 

 

 Beluister de

 jubileumhymne

 

 

 

 

 

Jean Mossoux 

 

 

 

 

De Dominicaanse gemeenschap in Knokke

Sint-Dominicushuis | Sparrendreef 91 | 8300 Knokke-Heist

T 050 60 24 55 | E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.IBAN BE36 7380 1199 5181 | BIC KREDBEBB