Vijfde zondag door het Jaar A

 Vandaag spreekt Jezus tot zijn leerlingen heel bemoedigende woorden, die als een appel klinken om iets in beweging te brengen. Jullie zijn het zout van de aarde, het licht van de wereld, jullie zijn als een stad op een berg, die niet verborgen kan blijven. Die manier van aanspreken, zullen ze ervaren hebben als een bevestiging van hun levens keuze.

Vanuit hun leefwereld van de visserij, kwam de functie van het zout hun heel bekend voor. Zout conserveert, bewaart voor bederf en vermengt zich volledig met de ingrediënten, waardoor onze voeding meer smaak krijgt... In bepaalde culturen en streken oa Rusland, wordt zout aangeboden als teken van gastvrijheid.  In het OT leek zout heel belangrijk, het koningschap van David over Israël werd bekrachtigd met zout, als een symbool van een eeuwig verbond met God. In een preek zegt de paus dat we geen museumchristenen mogen zijn, die het door Christus geschonken zout verloren hebben, maar dat we  het zout van het geloof, van de hoop en de barmhartigheid niet voor ons zelf mogen houden, maar moeten delen, als een dienst aan de gemeenschap.

Waar zout zich vermengt met de wereld, roept het beeld van het licht een contrast op met de wereld. Doorheen de bijbel is licht altijd een element van leven en waarheid, dit in tegenstelling met de duisternis, synoniem voor dood en onheil. Ook Paulus zal de christenen heel vaak  benoemen als kinderen van het licht. Donderdag ll werd in de liturgie van lichtmis Jezus benoemd als een licht dat voor de heidenen straalt. Later zal Hij zeggen ;’ Ik ben het licht der wereld, wie mij volgt wandelt niet in de duisternis. Ook Jesaja zegt, dat ons licht zal stralen, wanneer wij het brood delen met de arme.

Tenslotte vergelijkt Jezus de leerlingen met een stad op  de berg, hun manier van leven moet een aantrekkelijk oriëntatiepunt zijn voor ieder die zoekende is.

Jezus had met die  bemoediging, echt de overtuiging, dat de leerlingen zijn boodschap onderschreven, Hij had hen in de zaligsprekingen immers  deelgenoot gemaakt aan Zijn diepste weten: ‘ dat alleen wie zijn naaste met barmhartige liefde bejegent, kans maakt op een zinvol bestaan’. En vanuit de bereidheid van zijn leerlingen, bevestigde Hij hen met die beeldende woorden van zout, van licht en een stad op  de berg.

En waarom zouden óók wij ons niet laten vertrouwen en aanmoedigen. Jezus verheldert immers hoeveel kracht en liefde er sluimerend in ons aanwezig is. Hij kijkt naar ons, opdat wij, als dragers van goddelijke liefde, zonder valse bescheidenheid, maar ook zonder vrees, die liefde zouden mogen uitdragen. Want zonder liefde wordt de wereld bloedloos en donker en vloeit alle leven er uit weg.. Als je leeft zoals door de Vader bedoeld, ben je ..licht..zout..en een goed zichtbare stad op  de berg.

En hoe groot en spectaculair dit alles moge klinken, het kan slechts werkelijkheid worden in zoveel kleine dingen die we voor mensen doen. In de warmte die we uitstralen om relaties te ontdooien, om mekaar te bemoedigen en mekaar helpend nabij te zijn. Het zijn kostbare waarden, die ons behoeden voor bederf en ons duurzaamheid verlenen voor de eeuwigheid. En pas dan zullen we, in een wereld van prestatie en consumptie, kunnen zorgen voor een juiste belichting, zodat de contouren zichtbaar worden van wat echt belangrijk is.. .En zo krijgen mensen misschien, ook meer smaak in gerechtigheid en vrede en zijn ze in staat om wereldwijd het licht onder de duisternis vandaan te halen.

 Maar Jezus maakt er ons attent op, dat het licht dat we uitstralen niet z’n oorsprong vindt in ons zelf, maar dat het verwijst naar de Bron, naar het eerste Woord uit het boek Genesis :’ Er moet licht zijn’.