1° Adventszondag. A.        

Jes. 2, 1 - 5.

Mt. 24, 37 - 44.

Op een God die voor de mensen

nieuwe toekomst deed ontstaan

wachten wij in goed vertrouwen

tot zijn woord zal opengaan.

 

Het zijn woorden van een lied waarin de verwachting, zó kenmerkend voor de Advent, wordt uitgedrukt. Eigenlijk zetten deze woorden de toon voor de hele liturgische jaarkring. Die begint immers met verwachting en eindigt ermee.

De dynamiek van verwachting begint bij het uitzien naar de komst van de Heer en eindigt bij de verwachting van zijn wederkomst.

 

De advent richt ons op het uitzien naar de komst van God in Jezus. Maar opdat het uitzien naar en het verwachten van Gods woord dat mens gaat worden waarachtig zou zijn, moeten wij waakzaam zijn. Bijzondere figuren die als waakzame wachters aan de grens van iets nieuws stonden kunnen ons daarbij inspireren.

 

In de adventsweken vervoegen zich bij ons drie Bijbelse mentoren, experten in verwachting : Jesaja, Johannes de Doper en Maria.

Deze Bijbelse mentoren of begeleiders zijn profetische figuren, mensen die “het naar de mensen toe komen van God” beleefden.

In de volste zin van het woord zijn zij adventsmensen : Jesaja, de grootste profeet van het eerst Verbond, Johannes de Doper, de voorloper en wegbereider van Jezus en de begenadigde vrouw , Maria, die als geen ander de komst van de Heer verwachtte.

 

Verwachtingsmensen zijn geen naïeve dromers. Met open blik en beide voeten op de grond  hebben zij weet van wat gebrekkig is : van onrecht, amper recht te trekken, van armoede die het geweten aanspreekt en van een wereld waarin velen in hun verwachtingen teleurgesteld worden. Zulke mensen zeggen :  “Hier is een mens niet voor gemaakt. Laten we opstaan. Kracht blootleggen in elkaar. Waardigheid gunnen aan de ander. Vrede nu zichtbaar maken en zelf teken worden van een nieuwe aarde.”

De advent is een tijd getekend door crisis-realisme en toekomst-optimisme. Waakzaamheid en verwachting moeten daarbij hand in hand gaan. En die

verwachting kan een kracht worden om in de tegenstroom te gaan staan, weerbaar tegen al het teleurstellende in deze wereld. Als wij dat vermogen ruimte geven dan zijn we stille medestanders van God die  zijn verbond met de mens gestand doet. De stille Godsverwachting brengt ons in een tegenstroom: van hoop ondanks onheil, van recht doen onvoorwaardelijk, van mildheid en mededogen.

De advent biedt ons tijd en ruimte tot anders kijken, voelen, spreken en handelen : door geluk deelbaar te maken, door om te zien naar wie achterblijft en zo met medemensen om te gaan dat zij zich erkend en gewaardeerd weten.

 

Deze weken voor Kerstmis nemen de drie Bijbelse mentoren, experten in verwachting, ons bij de hand. Zij gidsen ons als wij ons oriënteren op de belofte van het zich baanbrekende heil. Jesaja, Johannes de Doper en Maria geven ons aanzetten om ons af te stemmen op het licht dat daagt in het Oosten en ons in te stellen op God die zich een weg baant naar de mensen toe.

 

Die verwachting, gericht op de belofte van Godswege en de waakzaamheid bij de eigen menselijke inzet horen bij elkaar. Laten wij daarom dubbelgericht waakzaam zijn : voor wat God ons in Jezus’ menswording aanzegt

                             en voor de wijze waarop wij er op ingaan.

 

 

Kris Gelaude, Voor wie verstilling zoekt. Impressies en gedachten.

Altiora, Averbode, 2012, blz. 65, 67, 70.

 

 

 

 

 

 Beluister de

 jubileumhymne

 

 

 

 

 

Jean Mossoux 

 

 

 

 

De Dominicaanse gemeenschap in Knokke

Sint-Dominicushuis | Sparrendreef 91 | 8300 Knokke-Heist

T 050 60 24 55 | E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.IBAN BE36 7380 1199 5181 | BIC KREDBEBB